71. “De dood of de gladiolen”. Een Nederlandse sportuitdrukking, die dankzij Louis van Gaal intussen ook in Duitschland gemeengoed is geworden: der Tod oder die Gladiolen.
De vraag nu is: wat wordt hiermee bedoeld, en wie heeft de uitdrukking bedacht? Welnu, over het eerste deel van de vraag bestaat weinig verschil van mening; men is het er algemeen over eens, dat de betekenis luidt: ‘alles of niets’. Alles is de overwinning, en de bloemen die de winnaar in ontvangst mag nemen uit de aanminnige handen van een mooie jongedame. Niets is het roemloze einde: naamloos finishen, ergens in het peloton, of zelfs ver daarachter. Komen we op het tweede deel: wie heeft de uitdrukking bedacht? Uit de voorgaande regels mag u afleiden, dat ik de oorsprong zoek in de wielersport. Vaak wordt in dit verband de naam van Gerrie Knetemann (1951-2004) genoemd. Dat is geen vreemde keuze, want Knetemann heeft diverse wieleruitdrukkingen op zijn naam staan. Toch wordt door wielerkenners betwijfeld of hij ook de bedenker is van ‘de dood of de gladiolen’. Volgens Marc De Coster is de oudste vindplaats van de uitdrukking een verslag van de Elfstedentocht van 1986. Is de uitdrukking inderdaad van zo jonge leeftijd?
Er zijn mensen die denken, dat de uitdrukking iets met de Romeinse gladiatoren te maken heeft; de ‘gladiolus’ was het korte zwaard van deze prijsvechters, in wier kampen vrijwel altijd iemand het loodje legde: de dood of het zwaardje, ofwel ‘op leven en dood’.
Ik hecht niet het geringste geloof aan deze uitleg.
De dood of de gladiolen heeft, naar mijn gevoelen, niets te maken met zwaardjes, maar met de bloemen, meer bepaald de ‘zwaardlelie’.
72. Krantenkoppen mogen niet te breed uitwaaieren, en daarom kiest de journalist, de koppen-maker, bij voorkeur voor korte woorden. Een voorbeeldje (al of, meer waarschijnlijk, niet historisch): iemand hekelen is iemand gispen of laken. De kerkelijke autoriteiten maken bezwaar tegen de afbraak van een kerk, en de kop luidt: dekens laken sloop.
73. Over gispen gesproken…. Kordaat komt van het Latijse ‘cordatus’, hetgeen ‘verstandig’ betekent; het hart (Latijn: cor) als zetel van het verstand. De betekenis is van kordaat is langzaam verschoven van verstandig, naar hartelijk, tot ferm, onversaagd, en beslist van optreden. Ik vond een oud gedichtje over een Kordatus.
Aan Kordatus
Kordatus, afgerigt op jok en ernstig gispen,
Ontziende groot, noch klein in ’t openlijk berispen,
Voer onlangs, daar hy juist een Jonker, vol van waan,
Verkoren tot Regent zag naar het raadhuis gaan,
In schampre woorden uit op hen, die ’t Land beheeren:
Bedaar, Kordaat, (dus sprak zijn buurman) en zwijg stil.
Bedil nooit Gods bestuur; soms mogt het zynen wil
Behagen onzen staat door dwazen te regeeren.
J.V.
1775.





