Hoedt u voor wildplakkers

Door Willem van de Vrande

Nee, bovenstaande titel is geen vergissing. In Goirle heb ik nog nooit een wildplasser gezien. Dat wil niet zeggen dat ze niet bestaan, maar ik heb er van m’n leven nog geen betrapt. Wildplakkers trouwens evenmin. En die bestaan in ieder geval, kijk maar naar de annonce-zuilen die op last van de gemeente geplaatst zijn op het Kloosterplein, tegenover boekhandel Buitelaar en in Riel. Drie keurige roestvrijstalen zuilen waarop de (culturele) verenigingen van Goirle en Riel hun activiteiten mogen aankondigen. Míts, zo las ik een tijd geleden in Goirles Belang, míts één exemplaar per zuil én nooit over de aankondiging van een andere instelling heen. Voortaan geen vervuilend gedoe meer op telefoonkastjes, antenneversterkers, brievenbussen, maar eerlijke gratis zuilen. ‘Wat een service’, heb ik bij het lezen van dat bericht gedacht. Maar nu we wat verder zijn in de tijd, kom ik toch wel even terug op die gedachte. In de eerste plaats zie ik op die zuilen allerlei aankondigingen uit verweggistan, zelden een bericht uit Goirle en natuurlijk niet één affiche per zuil, maar zoveel mogelijk en altijd dwars over die van anderen. Maar ja, hoe kan het ook anders. De gemeente heeft die zuilen beschikbaar gesteld, maar ze hebben vergeten dat die zuilen van tijd tot tijd moeten worden schoongemaakt. Dus lees je voortdurend over zaken die je gemist hebt, die al lang voorbij zijn en die bovendien plaatsgevonden hebben in bijvoorbeeld Limburg om maar een (reële!) dwarsstraat te noemen. Ik vraag mij trouwens af hoe iemand van zo ver weg weet dat hij of zij, want wildplakkers zijn in tegenstelling tot wildplassers van beiderlei kunne, hier gratis terecht kan. Aan de affiches te zien blijken die wildplakkers zelfs van over de grens te komen om hier dankudanku gebruik te maken van de service van ons gemeentebestuur, dat helaas het boekje De wereld gaat aan vlijt ten onder van Max Dendermonde nooit gelezen heeft, want dan had men zich gerealiseerd dat zulke service onverlaten aantrekt die zonder gêne onze eigen cultuurdragers onderplakken of het niks is in de wetenschap dat geen hond hun iets in de weg legt.

Hoe graag zou ik op een nacht getuige zijn van zo’n wandaad. Op enigszins veilige afstand zou ik me opstellen en met krachtige stem hun als volgt toeroepen: ‘Wat zijn wij daar aan het doen? Rapaille dat je bent. Scheer je weg. Neem keukentrap, borstel en emmer mee en kom nimmer weerom. Anders zal ik je hardhandig kennis laten maken met mijn woedende vuisten!’

Nou, ik kan u verzekeren dat ze er als de gesmeerde bliksem met de staart tussen de benen vandoor zouden gaan en zich nooit nooit meer te onzent zouden durven vertonen. Daar droom ik van. En dat ik dan geëerd zou worden op de voorpagina van deze krant, dat ik geïnterviewd word door de LOG en dat iedereen op straat me eerbiedig groet. Maar ja, die duistere machten werken in het donker, als ik veilig in bed lig. Helaas.
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Goirles Belang.