Schandmedaille
‘Frater Eugenius heeft ook hele goede dingen gedaan’ en ‘Ik wist niet dat ze hem De Geile Beer noemden’. Zo zijn de reacties in Goirle samen te vatten op de twee artikelen die – eindelijk! – in het Brabants Dagblad verschenen begin augustus. Ik zeg eindelijk omdat ik nog steeds een onaangenaam gevoel heb bij de noodoproep die een slachtoffer mij eind maart stuurde per e-mail. Uit deze mail de volgende passage:”‘Op dit moment ben ik in contact met Hulp & Recht en word bijgestaan door professionele hulp. Ik wil Piet van Dongen, alias Eugenius, duidelijk maken dat ook hij met zijn billen bloot moet. Slachtoffers heeft hij genoeg gemaakt. Waaronder ik er een van ben. Jij schrijft over deze man en ik ben op zoek naar die journalist die mij kan helpen het verhaal zo in de krant te brengen zonder dat ik mensen schade berokken.”Om allerlei redenen heb ik niet gereageerd op deze mail. De belangrijkste is dat ik zelf boter op mijn hoofd heb. Want ik heb het altijd geweten. En weet nú nog steeds dat ik het tóen wist.
Tja, en dat maakt me dus een van de velen die jarenlang niets GEDAAN hebben. In tegenstelling tot veel slachtoffers van ‘du gèèle’ had ik namelijk ook nog eens de voordelige uitgangspositie niet bang te zijn voor fraters in het algemeen en voor Eugenius in het bijzonder. Fraters (terug)meppen was reeds op mijn zevende een favoriete hobby. Mijn moeder was daar overigens heel duidelijk in: ‘als ze je bij je oren pakken of wat dan ook, schup ze maar flink tegen dur schenen, dan laten ze dat voortaan wel”! En dat werkte, gelooft u mij maar. Binnen no time stond je dan op de fraterlijst van: ‘AFBLIJVEN, als je wijs bent’. Bij de eerste blik tussen Eugenius en mij werd ik – gelukkig! – al te zwaar bevonden. Er was wel een ander probleem vanaf die eerste blik. Ik vond Eugenius namelijk meteen sympathiek. En ook dat had ie door! Hij had een bepaalde eigengereidheid gekoppeld aan een tomeloze energie en een voor toen uiterst progressieve visie. Ik waardeerde dat wel. Ik wist wat ie deed met sommige van mijn leeftijdsgenoten en toch ….
‘Eugenius heeft met de instuif in Goirle een helemaal eigen weg gevonden om de oude patronaatsgedachte van de Fraters van Tilburg een vertaalslag naar de zestiger/zeventiger jaren te geven’. Een notitie van mij uit de tachtiger jaren. En ook terwijl ik dit opschreef wist ik het …. Onze eerste band heette COMA. We zochten een repetitieruimte. De instuif (tegenover de st. Jan ) stond leeg in afwachting van sloop. Eugenius gaf me de sleutel. Tot de daadwerkelijke sloop konden we boven in het gebouw repeteren. Het is de beste tijd van mijn jeugd geworden. We gaven er feestjes en ’s zondags concerten op de zolder. We konden er helemaal onszelf zijn en Eugenius had ervoor gezorgd. Maar de hele band kende het andere verhaal ook …
Dáárom heb ik misschien de brief niet verstuurd, die ik klaar had liggen toen Eugenius in 1995 de Zilveren Eremedaille van de gemeente Goirle kreeg. Daarom hebben waarschijnlijk velen die wisten niet getuigd: ze hadden de goede kant van Piet van Dongen óók gezien. Ik ben enorm opgelucht dat Eugenius nu zelf zijn intelligentie, sociale visie en doortastendheid heeft gebruikt om toe te geven. Spijt te hebben. En om vrijwillig afstand te doen van die schandmedaille.
Alle columns Terug Naar Goirle en meer op: www.sdak.nl





