Frank Tireur

74. Iets over David van Goirle

Stel je de globale (hier: de gehele wereld omspannende) filosofie voor als een vlak ter grootte van een voetbalveld. (ik herinner me ineens een scène uit Monty Python waarin Griekse en Duitsche filosofen een voetbalwedstrijd tegen elkaar spelen; bij de Grieken zien we onder anderen de bekende sterren Socrates, Plato, en Aristoteles, en in het Duitsche team merken we Kant, Nietzsche (gele kaart voor aanhoudende kritiek op scheidsrechter Confucius), Heidegger, Marx (invaller), en tot ieder verbazing een zekere Beckenbauer op; na het fluitsignaal waarmee een wedstrijd begint, zetten alle spelers zich aan het denken; ze wandelen wat heen en weer, diep in gedachten verzonken, terwijl de bal onaangeroerd op de middenstip blijft liggen; bijna op het eind van de speeltijd roept de Griek Archimedes ineens ‘Eureka’, rent naar de bal en speelt Socrates aan, die de bal tegen de touwen kopt: de Grieken hebben gewonnen!)
Welnu, als de globale wijsbegeerte het voetbalveld is, dan moet je de Nederlandse filosofie ergens aan de zijlijn zoeken, ter hoogte van de hoekvlag. Dat ons land überhaupt nog op het veld staat, en af en toe een slordig voorzetje mag geven, is te danken aan Spinoza.
Welaan, visualiseer nu de Nederlandse filosofie als dat voetbalveld; er staat een zekere David van Goirle langs de zijlijn, hopende dat iemand hem op zal merken, hetgeen nimmer het geval is.

Kortom, David van Goirle is een volstrekt onbekende Nederlandse filosoof; hij heeft, eerlijk gezegd, ook weinig gelegenheid gehad om zich te onderscheiden, want hij is al op de leeftijd van 21 jaar overleden (op 27 april 1612) te Cornjum, of Kornjum (gemeente Leeuwarderadeel), op de Martena State. Als u van dode filosofen houdt: zijn grafsteen kunt u er nog aantreffen. Zijn vader (die in hetzelfde jaar als zijn zoon stierf, op 20 oktober) ligt in hetzelfde graf.
David werd op 15 januari 1591 in Utrecht geboren, als zoon van David van Goirle (geboren in Antwerpen) en Swob van Matena. Burman noemt hem in zijn ‘Trajectum euditum’ (Geleerd Utrecht).
Fred. Sassen typeert hem als een ‘eenzame figuur’ die zich losmaakte van de Aristotelische fysica, en die trachtte te vervangen door een atomistische natuurleer. We nemen we de volgende tekst van Sassen over.

Van Goirle is uit een Vlaamsen vader en een Friese moeder, beide van aanzienlijk geslacht, te Utrecht geboren, studeerde wijsbegeerte te Franeker onder L. Adama en H. de Veno (1606-1610) en schreef als student in de theologie te Leiden een tweetal werken, die eerst vrij lang na zijn vroegen dood (te Cornjum, Fr.) door onbekenden werden uitgegeven nl. Exercitationes philosophicae quibus universa fere discutitur philosophia theoretica et plurima ac praecipua Peripateticorum dogmata evertuntur (Ldn., 1620) en Idea physicae (Utr., 1651), een korte samenvatting van het eerste. In hoeverre het onderwijs van R. Bontius (1576-1623), die ten tijde van Goirle te Leiden physica doceerde, diens denkbeelden heeft beïnvloed, is bij gebrek aan gegevens niet meer na te gaan. Een enkele maal citeert hij J.C. Scaliger en sporen van diens minima-naturalia-theorie zijn bij hem terug te vinden. Daarentegen zijn de opvattingen ter zake van D. Sennert (1572-1637) en J.B. van Helmont (1577-1644) hem onbekend gebleven.
Met grote beslistheid spreekt Van Goirle zich uit tegen de Aristotelische stof- en vorm-leer als verklaringsbeginsel van de ervaarbare wereld. Stof en vorm komen in de werkelijkheid niet voor. Het enige werkelijke zijn de atomen, waaruit de stoffelijke dingen zijn samengesteld. Ook de eigenschappen der dingen hebben geen eigen werkelijkheid: zij zijn slechts zijnswijzen (modi) van de dingen en kunnen worden teruggebracht tot de ligging of ruimtelijke rangschikking van de atomen, die overigens zelf naar species en genus onderscheiden zijn. Van een wezenlijke eenheid is in de dingen geen sprake: zij zijn slechts één per aggregationem. De verbinding van de atomen is niet een vrucht van louter toeval, zoals Epicurus had aangenomen, maar zij is onder Gods voorzienige leiding tot stand gekomen. Een ledige ruimte durft Van Goirle niet aan te nemen; de ruimte tussen de atomen is gevuld met lucht.
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Goirles Belang.