Kinderarts, schrijver en wereldburger vindt na een lange reis zijn plek
Als 4-jarige peuter wilde hij al naar school. Als 11-jarige gaat hij naar een strenge Engelse kostschool. Als jonge volwassene werkte hij in Italië veertig uur per week in de afwaskeuken om zijn studie te betalen. En als 60-jarige woont hij tevreden in Goirle, waar hij naast zijn werk als kinderarts zijn tweede roman publiceerde. Het levensverhaal van Charlie Obihara is er een van honger naar kennis, doorzettingsvermogen en een diepe behoefte aan verbinding.
DOOR WILMA ROBBEN
Een jeugd tussen boeken, kostschool en cultuur
Charlie Obihara werd geboren in Nigeria als tweede kind en eerste zoon van een gezin met negen kinderen. Zijn vader werkte bij een elektriciteitsmaatschappij, zijn moeder was verloskundige. “Ik had altijd al een enorme honger naar kennis,” herinnert hij zich. Die honger bracht hem al op vierjarige leeftijd als ‘schaduwleerling’ naar de basisschool. Dankzij een deal die zijn opa, fietsenmaker van beroep, met de school sloot, mocht kleine Charlie twee jaar meedraaien en oefentoetsen maken.
Zijn jeugd was warm en zorgeloos, maar op zijn elfde sloeg hij een andere weg in: een streng internaat, ver van huis, gebaseerd op Engelse tradities. “Het was een gewilde school. Zelfs kinderen uit Kameroen zaten er. Maar lijfstraffen waren de normaalste zaak van de wereld.” De cultuurshock was groot, de discipline stevig, maar de kennismaking met literatuur bleek blijvend.
Rechten, Italië en een onverwachte wending
Op zijn zeventiende slaagde Charlie voor het toelatingsexamen voor een studie rechten aan de universiteit van Calabar, een stad in Nigeria, vooral tot vreugde van zijn ouders. Hij voelde al snel dat die studie niet bij hem paste. “Een jurist is niet wie ik ben,” zegt hij nu.
Mede door de uitzichtloze politieke chaos en corruptie besloot Charlie zijn land te verlaten. Hij vertrok naar Genua voor een studie biotechnologie. “Ik wilde leren hoe je afval en chemische producten duurzaam kunt verwerken, kennis die ik terug wilde brengen naar Nigeria.” Maar toen besefte hij dat zijn pad anders moest lopen. Na afronding van zijn bachelor stapte hij over naar geneeskunde, een studie waarvoor hij koos vanwege het tragische overlijden van een jong nichtje door gebrekkige medische zorg.
Tussen studie, armoede en heimwee door, voerde hij eindeloze denkbeeldige gesprekken met zijn familie. “Opbellen was te duur en brieven waren veel te lang onderweg. Soms zat ik ’s nachts te huilen. Je wilt je successen delen, maar ook dat kon niet.” Hij werkte in Italië naast zijn studie tot veertig uur per week in de afwas om rond te komen. “Het was pittig, maar die ervaringen hebben me gevormd.”
In Genua leerde hij zijn partner Dorian kennen. Zes jaar lang onderhielden ze een langeafstandrelatie. Uiteindelijk vestigde Charlie zich in 1990 in Utrecht, waar hij in vier maanden tijd Nederlands leerde. Daardoor kon hij zijn geneeskundestudie voortzetten.
Een arts die luistert
Uit zijn jeugd nam Charlie vooral één waarde mee: het belang van echte gesprekken. “In Nigeria maak je snel verbinding. Je bent minder zakelijk, meer empathisch.” Dat inzicht sluit naadloos aan bij ‘narratieve geneeskunde’, een benadering waarmee in het UMC Utrecht wordt geëxperimenteerd. “Als je weet wie iemand is, zie je méér dan de ziekte.”
Sinds 2006 werkt Charlie als kinderarts in het ETZ in Tilburg. “Het mooie aan dit vak is dat je bijna altijd iets kunt betekenen voor het kind, maar ook voor de ouders.” Tegelijk ziet hij hoeveel patiënten met een migratieachtergrond nog steeds anders worden behandeld, vaak onbewust. “Signalen worden soms verkeerd geïnterpreteerd. Dat leidt tot slechtere zorg en afnemend vertrouwen. Dat doet pijn.”
Ongelijke behandeling: het is één van de thema’s die ook terugkomt in zijn romans.
De schrijver in de stilte van de bibliotheek
De kiem voor het schrijverschap werd al gelegd op de kostschool. Charlie verslond werken van Chinua Achebe, Ken Saro-Wiwa, Chukwuemeka Ike en Shakespeare. “Ik werd hulpje van de bibliothecaris. Ik had een sleutel en verstopte me daar op zaterdag. De geur van boeken… ik wilde ze aanraken.”
In oktober verscheen zijn tweede roman Het opgraven van Dante, een road novel vol metaforen. Hoofdpersoon Dante reist door Italië op zoek naar Flame, een vlam uit zijn verleden. “Het gaat over verlangen, herinnering en identiteit. En ja, racisme speelt ook een rol.”
Het boek is verkrijgbaar bij boekhandel BLZ in Goirle of te bestellen via Amazon.
Het warme bad dat Goirle heet
Na omzwervingen via Nigeria, Italië, Kaapstad en Utrecht woont Charlie inmiddels alweer negentien jaar in Goirle. “Goirle voelde vanaf dag één als een warm bad, het is een fantastisch dorp,” zegt hij. Nog voordat hij en Dorian er woonden, werden ze al uitgenodigd voor een buurtfietstocht. Inmiddels organiseren ze jaarlijks een nieuwjaarsborrel waar veertig buurtbewoners op afkomen.
Samen hebben Charlie en Dorian twee volwassen kinderen, Ndidi en Nikèm. Naast zijn werk als kinderarts, onderzoeker en opleider is Charlie samen met Dorian co-trainer cultuursensitieve zorg en medeauteur van publicaties over interculturele communicatie. Met dochter Ndidi, chirurg in opleiding, werken ze vanuit de stichting Medifoor samen met kunstenaars aan het verbeteren van de medische communicatie met patiënten.
Tussen twee werelden
Eens in de paar jaar reist Charlie naar Nigeria. “Als ik in Lagos land, gaat er een hele la vol geuren open. Een sensatie die ik hier bijna vergeten ben.”
Die twee werelden: Nigeria en Nederland, wetenschap en literatuur, empathie en professionaliteit komen in hem samen. En misschien verklaart dat precies waarom Charlie Obihara zo’n veelzijdige en gedreven verschijning is: een man die altijd bleef leren, luisteren en verbinden.
