De odyssee van een kunstwerk van Luc van Hoek

‘Vertel me, o Muze, van de zwever, de vindingrijke man, die maar rond bleef dolen, nadat hij het heilige Troje verwoest had.’ Het zijn de beginregels van het fameuze dichtwerk van Homerus over de held Odysseus die tien jaar lang op weg was naar Ithaka waar zijn trouwe echtgenote Penelope al die tijd op hem wachtte. Ja, een mens maakt wat mee. Telkens opnieuw werd de thuisreis onderbroken en moest Odysseus met tal van listigheden (denk bijvoorbeeld aan de Sirenen en de Cycloop) het vege lijf redden van zichzelf en zijn manschappen. Uiteindelijk bereikte hij de thuishaven.

Ook een kunstwerk kan tien jaren, of langer, rondzwerven zoals het kunstwerk ’Theater: tragedie, komedie en spel van de luit’ ons leert.

door: Norbert de Vries

Druten

Het kunstwerk, voorstellende: een luit-spelende vrouw, twee theatermaskers en twee vogels, werd in 1960 geplaatst aan de gevel van ‘het ontspanningsgebouw’ van Huize Boldershof te Druten. Dat gebouw was een ontwerp van Jos Bedaux en, zoals wel vaker, stelde hij voor om aan Luc van Hoek de opdracht te geven voor het maken van een muurreliëf.

Vele jaren later werd het ontspanningsgebouw, met de toneelzaal die daarvan deel uitmaakte, gesloopt. Het kunstwerk werd apart gelegd. Maar wat ermee te doen? Een goede bestemming diende zich niet meteen aan.

We schrijven: 2015.

Het gerucht ging rond, dat men in Druten overwoog om het kunstwerk (in de staat van de losse fragmenten) ‘in de kliko’ te gooien. Dat werd ook opgevangen door de Stichting Jos. Bedaux, en onmiddellijk ondernam die actie. Ik citeer uit een tekst van Geert Eijsbouts: ‘Op dinsdag 27 oktober 2015, vertrokken Frans Bedaux en broer George plus ondergetekende naar zorginstelling De Boldershof in Druten.’ Ze brachten de fragmenten mee naar Goirle, naar het kantoor van Bedaux-De Brouwer, in de hoop dat het spoedig ingevoegd zou kunnen worden in een project van het bureau. ‘Helaas werd al snel duidelijk dat het kunstwerk te specifiek was, want eigenlijk zoek je dan toch naar iets als een ‘cultureel centrum’ (waarvoor het ooit ook gemaakt was). Het muurreliëf moest ook weg bij het kantoor en een korte periode lag het ergens in Goirle op een oprit, iets later konden we bij architect Piet Vermeer terecht in zijn Steenfabriek te Gilze. Het muurreliëf is daar een kleine tien jaar opgeslagen geweest in het fijne witte zand van de voormalige steenoven.’

Het zoek van een bestemming

Een van de eerste ideeën kwam van Virginie Mes van de Stichting Steengoed Goirle: de muur aan het Kloosterplein. Deze muur was echter te zwak, en het kunstwerk te groot en te zwaar. Dan het Jan van Besouwhuis… Ik durf het bijna niet te zeggen: zó treurig! Ik citeer daarom Geert Eijsbouts weer. Lees en huiver: ‘CC Jan van Besouwhuis dan maar, tegenover het plein: teveel kunst al in het gebouw, helaas dus… Vanuit het kantoor Bedaux-De Brouwer diende zich toch een project aan in centrum Goirle voor huisvesting voor bewoners met verstandelijke of lichamelijke beperking; ook dit bleek niet haalbaar. Een schoolgebouw in de Reeshof, een informeel verzoek? Geen geld. Een muur bij de naastgelegen kerk, ook een informeel verzoek? Eveneens geen geld, en niet passend. CC Elckerlyc in Hilvarenbeek, eveneens een project van kantoor Bedaux-De Brouwer…? Hoopgevend, echter ging de verantwoordelijke ambtenaar met pensioen en de opvolger beantwoordde de mail tijdens de coronaperiode maar niet. Onze zoektocht begon een gebed zonder einde te worden (en dan is nog niet alles vermeld).’

Gelukkig: de universiteit

Natuurlijk had dit kunstwerk aan de gevel van het cc Jan van Besouw moeten zijn toegevoegd.

Maar het bestuur zag en wilde het niet. (hier is plaats voor enige donderende krachttermen:\. .... )

De universiteit van Tilburg heeft een kunstcommissie, en die zag en wilde het wèl. De universiteit heeft al meer reliëfs van Luc van Hoek geplaatst. Eind goed, al goed, het kunstwerk uit Druten heeft een nieuwe bestemming gekregen. Alleen de twee vogels zijn onderweg verdwenen. Weggevlogen uit ergernis, wellicht.

Op donderdag 18 december 2015 heeft de onthulling plaatsgehad. Dankzij werkgroep erfgoed De Boldershof, Stichting Jos. Bedaux, Stichting Steengoed Goirle en werkgroep monumentale kunst van Bond Heemschut is het kunstwerk gered.

Goirle is niet attent

Wat leert ons deze geschiedenis? Ik denk: Goirle heeft te weinig oog voor de rijkdom van het eigen verleden en voor de waarde van kunst. Een muurreliëf van Luc van Hoek…Goirle was niet geïnteresseerd. Wat een schande! Een jammerlijk gemiste kans!

Ja, en hoe zit het met die glas-in-lood ramen van de vroegere kapel van Huize in de Bocht? Ook een werk van Luc van Hoek. Ligt inmiddels toch wel een jaartje of zes-zeven (six seven) ergens opgeslagen in afwachting van een briljant idee over een bestemming. Maar ja, briljante ideeën en Goirle? Dat is kennelijk geen vruchtbare combinatie. Liever suft men voort.