Zomeravond nummer drie bij het Jan van Besouw was als de flamboyante basketballer Dennis Rodman bij de Chicago Bulls in de nineties. Als de onvolprezen Multipla van FIAT, of als het experimentele album Zooropa van U2. Ofwel: de vreemde eend in de bijt. Het was namelijk de enige cabaretavond tussen vijf muzikale avonden. Gelukkig waren er toch vrolijke noten en ging bijna iedereen in een majeurstemming naar huis.
door Matthijs Lodewijks
Het is intussen een vertrouwd zomers schouwspel in en rond het Jan van Besouw, op een dinsdagavond in de zomervakantie. Een uitpuilende fietsenstalling. Het is een kwestie van tijd voordat mensen hun tweewieler met een kettingslot verankeren aan de rechterarm van het Ballefrutterbeeld. Ja, ook de derde avond was weer druk, zoals al het hele seizoen. Een kwartier voor aanvang moest je goed zoeken om nog een zitplek te vinden. Gelukkig is het vooralsnog niet toegestaan om een stoel te reserveren met een badlaken.
Verder weer de vertrouwde beelden. De bekende gezichten achter de bar. Jonge obers die in flinke pas behendig tussen stoelen en ledematen door manoeuvreren om maar te voorkomen dat mensen uitdrogen. En ook wel een flink aantal vaste klanten in het publiek. Voor veel mensen die hartje hoogseizoen thuisblijven is een zomeravond in de achtertuin van het cultureel centrum een perfecte manier om de week te breken en zomerse joie de vivre op te snuiven.
Twijfelachtige eer
De twijfelachtige eer om de avond te openen was aan Rachid Larouz. Larouz is bekend van onder meer het programma Raymann is laat. In Goirle was hij behoorlijk vroeg, en dat is per definitie lastig. Vergelijk het gerust met het voorprogramma van een hoofdact. Laatkomers zoeken nog naar een plekje, bestellen iets en praten bij en delen hun recente belevenissen en kijk op de bosbranden in Frankrijk. Dan moet je van goeden huize komen om meteen de aandacht te pakken.
Larouz had even nodig om op stoom te komen. Hij is een erg innemende en aaibare komiek van Marokkaanse afkomst. De eind-veertiger deelde speldenprikjes uit en spaarde ook zeker zichzelf niet. Hij vertelde over de vooroordelen waarmee hij te maken heeft als Marokkaan die vaak wordt verward met een Surinamer. En over zijn ervaringen als leerkracht aan een zwarte school, met leerlingen die opvallend veel weten van verdovende middelen die je niet bij de Kruidvat kunt halen. Alleen had Larouz de pech dat er blijkbaar weinig mensen in het publiek zaten die bovengemiddeld geïnteresseerd zijn in die middelen en de straatwaarde daarvan. Een feest der herkenning leverde het niet op en de reacties uit de warme tuin – die met 250 toeschouwers flink gevuld was – waren aanvankelijk wat lauw.
Gelukkig had Larouz zijn act goed opgebouwd. Hij vertelde openhartig zijn rauwe verhaal over hoe hij worstelde met zijn verslaving aan drugs en alcohol. En hoe hij worstelde met zichzelf. Na een intensieve behandeling is hij sinds 2021 clean. Op dat dappere, kwetsbare verhaal volgde een uitbundig en verdiend applaus.
Een hard gelach
De jonge Ruth Elings nam het stokje over. Als je haar website bezoekt, zie je haar op de hoofdfoto serieus kijkend en met een dwarsfluit in de hand. Als je niet beter wist, zou je zomaar kunnen denken dat ze een soort jonge reïncarnatie van Berdien Stenberg was.
Aan dat beeld maakte de getalenteerde Elings snel een einde. Want ze haat het instrument met al haar vezels. Haar gortdroge onderbouwing van dat standpunt zorgde voor veel hard gelach. En dat geluid was vaker te horen tijdens haar rede. Vooral haar omschrijvingen van het WhatsAppverkeer met haar moeder – die willekeurige woorden NOGAL eens MET een HOOFDLETTER schrijft – en schoonmoeder – die grossiert in het onnavolgbare “gebruik” van aanhalingstekens – ging er bij het publiek in als witte trappist. Met goed gevoel voor timing zorgde Elings voor een optreden om over naar huis te appen, al dan niet met veel hoofdletters en leestekens.
Kempische komedie
Ook Jules Keeris uit Knegsel viel goed, gelukkig alleen figuurlijk. Hij opende zijn verhaal door te vertellen over zijn ervaringen in Roemenië. Volgens de Kempische redenaar is dat een vreemde, soort gesloten commune waar je niet geaccepteerd wordt als je van buiten komt. En waar mensen in een onverstaanbare taal met elkaar communiceren. Later bleek dat hij niet Roemenië bedoelde, maar Roermond.
Keeris verhaalde overtuigend over typisch dorpse gebeurtenissen. Hoe hij, als jongen uit de Kempen, ineens in gesprek raakte met een aantal Amsterdamse yups. En hoe hij door een PostNL-bezorger werd betrapt op het oefenen van gebaren waar je, wanneer je ze op de openbare weg zou uitvoeren, toch wel een HALT-taakstrafje voor kunt verwachten.
Bravo
De jonge bon vivant voltooide het slotstuk van de avond met verve. En met een versie van Guus Meeuwis’ moderne volkslied ‘Brabant’ in nagenoeg vloeiend Italiaans. Een welgemeend ‘bravo!’ volgde. Dat verdienden alle drie de artiesten. Want als je in je eentje een grote groep – soms – kritische bezoekers kunt laten applaudisseren en lachen, heb je het gewoon goed gedaan.
