Onder bovenstaande titel schreef Paulien van Bohemen 49 verhalen op van ouderen, veelal ouderen met dementie. Ik las ze allemaal, koos vier favorieten uit, en had weinig aanmoediging nodig om de loftrompet te steken. Paulien kunnen we kennen van de Nis op de Kerkpagina van Goirles Belang waar haar stukjes opmerkelijk zijn, daarvan gaan er beslist geen dertien in het dozijn. Vele jaren zong ze in Gotiko. Wat maakt dit boekje zo goed? Waarom doen we er goed aan het te lezen?

door Ben Loonen

Aanwezig zijn

Om met de laatste vraag te beginnen: ouderen in een woonzorgcentrum, veelal mensen met dementie en met een steeds hogere zorgindicatie, zijn weinig in tel, ze staan niet zo direct in de belangstelling, cru gezegd: ze zijn afgeschreven. Zo voelen ze dat zelf vaak ook. Maar het effect van de lezing van “Gewoon doorgaan met ademhalen” is dat ze hun waarde terugkrijgen; Paulien laat zien dat het waardevolle mensen zijn die er (nog) mogen zijn. Als we dit boekje lezen vergroot het ons begrip en gevoel voor “de ouderdom” c.q. voor “onze ouderen daar in het woonzorgcentrum”.

Hoe doet ze dat? Heel eenvoudig door bij deze ouderen te zijn, aandacht voor hen te hebben, goed te luisteren. Ze tekent hun verhalen op. Het zijn hun verhalen, Paulien is nagenoeg afwezig in de tekst. Op een gegeven moment valt het je op: ze is nergens aanwezig met het persoonlijk voornaamwoord “ik”. Dat klopt, bevestigt ze desgevraagd. “In één verhaal zat wel het woord ik en dat heb ik toen verwijderd.” Ze vindt: het gaat niet om mij. Ook tref je nergens een antwoord aan op de vragen van een oudere, nergens een dialoog, vraag en antwoord. Op die manier schrijft Paulien zich als het ware helemaal uit de tekst, maar anderzijds zit ze er ook helemaal in, een soort verborgen aanwezigheid net zoals God.

Geestelijk verzorger

Hoe kan ze dat doen? Door haar professionaliteit en haar persoonlijkheid, ze heeft er voor geleerd en ze is bescheiden; ze dringt zich niet op, ze maakt zich dienstbaar. Praatpaal, wordt ze ergens genoemd. Paulien van Bohemen (Tilburg, 1982) is geestelijk verzorger. Ze ging naar BS de Biesedael (nu Regenboog), vervolgens naar het Mill Hill-college; daarna deed ze een propedeuse theologie aan de Theologische Faculteit in Tilburg; vervolgens studeerde ze HBO-V in Breda, werkte enige tijd op een PAAZ-afdeling en hervatte toen haar studie theologie bij Fontys. Tijdens de studie deed zij stage in de Lucaskerk (destijds parochie Frater Andreas) in Tilburg, ze kreeg een aanstelling voor het jongerenpastoraat dat ze enige jaren met plezier gedaan heeft. Toen ze af en toe voorging in een uitvaartdienst in ‘t Laar, werden ook daar haar kwaliteiten ontdekt en maakte ze de overstap van jongeren naar ouderen. Totaal onvergelijkbaar, zegt ze me.

Geestelijk verzorger op ‘t Laar bij ouderen … waar je niet zo maar binnenkomt. Uit de verhalen blijkt dat “mevrouw pastoor” (een van de vele benamingen) tegen heel wat vooroordelen moet opboksen, heel wat weerstand moet doorbreken. Er is veel oud zeer van de kerk van vroeger, er is veel geleden door het leven dat je heerlijk aan God kunt verwijten. De eerste reactie is: mij niet gezien (vooral in het hospice). Paulien begrijpt dat, ze laat zich er nooit door ontmoedigen, ze wil er zijn voor iedereen. Als iemand zegt: nee, dank u, ik ben al bekeerd, zegt ze bijvoorbeeld: “meneer/mevrouw als u het idee krijgt dat ik u kom bekeren, dan moet u echt een klacht in dienen bij de directie van het huis. En dan is de kou meteen uit de lucht.” Ze laat zich ook niet ontmoedigen door stiltes, of door geen reactie. Ze blijft rustig vijf tot tien minuten zitten. Dat is lang voor iemand die het druk heeft, maar kort voor iemand die de hele dag heeft en niet weet wat er mee te doen. Vaak komt – zo blijkt uit de verhalen – uit die stilte toch een gesprek voort, met opmerkingen die ze soms wel zou willen inlijsten, zo mooi, zo poëtisch. Maar zij maakt er verhalen van. “Ja, die meneer die vroeger ‘sterke verhalen’ vertelde en nu ‘zwakke verhalen’ heeft dat echt zo gezegd, dat heb ik niet verzonnen. Maar natuurlijk is het zo dat de verhalen niet met een recordertje zijn opgenomen. Soms zijn het diverse gesprekken tot één verhaal gebracht, dat is de creativiteit van de auteur.”

Vieringen

Paulien is aanwezig, ze luistert naar verhalen. Maar zegt ze: “ik hang van vierinkjes aan elkaar.” In de huiskamer van de afdeling, heel kleinschalig, maakt ze een hoek van de tafel vrij, zet er een Mariabeeldje op, steekt een kaars aan, zingt liedjes met de mensen (al of niet met een cd); vier maal per week. Zij kennen die liedjes van vroeger, “ik hoef niet met Oosterhuis aan te komen.” Op maandag houdt ze een viering toegankelijk voor alle bewoners van ‘t Laar. Paulien werkt ook in een hospice in Waalwijk en ze verzorgt uitvaartdiensten.

Mijn vier favorieten? Uitgedeukt (blz. 34): de man die altijd in een garage heeft gewerkt voelt zich na een gesprek met Paulien “uitgedeukt”, het is ook de man met de “zwakke verhalen”. En neem Praatpaal (blz. 42): “Wat heb jij toch een geweldig baantje. Je maakt links en rechts een praatje en geeft hier en daar en schouderklopje. Ze kunnen alles tegen je zeggen, zonder dat je een advies of een oplossing hoeft te bedenken. Een makkie! Eigenlijk ben je een praatpaal voor moedeloze mensen, zeg ik dat zo goed? Je laat de harten eventjes luchten.” Neem Koos (blz. 50): “Ach zuster, ik verveel me nooit, want ik sta elke dag gezellig af te takelen. Ze grijnst. Met haar rechterhand zoekt ze houvast aan de muursteun. In haar linkerhand heeft ze een foto. En terwijl ik aan het slijten ben, kan ik net zo goed vertellen over Koos. Maar dan moet deze oude taart eerst even gaan zitten, hoor.” Een plaatsje in de hemel (blz. 104), uit het slot van het verhaal: “Dank u wel dat u voor mijn vrouw een plaatsje heeft gereserveerd in de hemel.”

49 geen 50

Tot slot: waarom 49 en geen 50 verhalen? Niets is volmaakt, zegt Paulien. De bundel heeft een inleiding van Marinus van den Berg (zo’n beetje de paus onder de geestelijk begeleiders in Nederland), is volmaakt vormgegeven door Masja Mols, is uitgegeven in eigen beheer, en te koop bij Boekhandel Buitelaar.