Taal recht uit het hart
Nee, ik ben geen dialectspreker, maar het verschijnsel ‘dialect’ interesseert me wel degelijk. Op mijn boekenplank staan diverse dialectwoordenboeken: het Maastrichts, het Roermonds, het Bossch’ (hier moest ik enige tijd nadenken over de juiste spelling), het Tilburgs en natuurlijk ook de Goolse Diksjenèèr van Sjef Hoogendoorn. Sprankelende woorden, heerlijke uitdrukkingen. Mooi en nuttig dat ze geboekstaafd zijn, want het dialect is langzaam aan het verdwijnen. Gelukkig zijn er nog fervente dialectsprekers en -schrijvers!
door: Norbert de Vries
Brabants Boekske
Dit jaar verscheen de 21ste editie van het Brabants Boekske waarin tal van Brabantse dialectschrijvers schitteren. Elk jaar wordt een thema gekozen dat aansluit op dat van de nationale Boekenweek. Voor 2026 was het nationale thema ‘Mijn generatie’; dat werd ‘Van onzen ouwer’ (‘Van onze leeftijd’) voor het boekske. Enfin, dat leverde 107 inzendingen op, zijnde 40 gedichten en 67 verhalen. Onder die verhalen waren er twee van Goirlese schrijfsters: Marlies de Vet en Wilma Robben. Ik sprak met ze.
Marlies
Ze is een geboren en getogen Goolse. (Ja, ik schrijf dat zonder hoedje, oftewel het accent circonflexe; ik weet van de sleeptoon, en van de spelling van Wil Sterenborg, en van de gebruikelijke usance en zo, maar dat hoedje stoort mij bijzonder. Ik erken dat hoedje uitsluitend als de aanduiding van een weggelaten s na een klinker, zoals in het Frans. Daar ben ik werkelijk hard in. Een persoonlijke aberratie, waarvoor excuses.) Marlies groeide op aan de Abcovenseweg. ‘Mijn vader is een echte Goirlenaar, mijn moeder komt uit Alphen, en dan zie je allerlei kleine taalverschillen. De grens daarbij is het riviertje De Donge. Een klein voorbeeldje: ten westen is het woord voor ‘melk’ melk of mùlk, maar ten oosten heerst roôme met varianten als rômme. Daar betekent mùlk juist ’karnemelk’ Trouwens, ten westen zeggen ze ‘boekske’ en ten oosten wordt dat ‘buukske’. Thuis werd Gools gesproken. Je vertrouwdheid met een dialect kan je soms op verrassende wijze te stade ofwel van pas komen. Zo las ik fluitend een Middelnederlandse tekst waar mijn studiegenoten de grootste moeite hadden om greep te krijgen op die tekst. Dialect is de taal van je hart. Het is een verrijking om naast het ABN nog de beschikking te hebben over een verwante tweede taal die je past als een jas, die deel uitmaakt van je identiteit, een taal waarin je woorden vaak een bijzondere lading hebben. Een woord bijvoorbeeld als ‘swirskaante’ bijvoorbeeld. Een woord met rijke betekenislagen.’
Marlies deed voor de eerste keer mee aan de schrijfwedstrijd. Ze zond ‘Een schôon vertèlselke’ in, en om u een proeve te laten smaken volgt hier een alinea uit dat vertelselke:
”Taante Betje wies hil veul van hèkse, die toentertèd nog gin hèkse genoemd wiere omdè dè woord van ene veul laotere daotum is. Dès pestoorspraot, zeej taante Betje aaltij. Dörrum dòcht ze ok dèt hillemòl nie waor is dè den heemel heej ingegreepe, mar dè dè et wèrrek is gewist van en aawe wèèze vrouw meej maagische kraachte. Èn ik vèèn dè zèllef ok en schonder vertèlselke, dus löstert.”
Wilma
Ze werd in Tilburg geboren, maar dat zien we door de vingers, want al sinds haar tweede verjaardag woont ze in Goirle. Hoe is ze tot dat schrijven gekomen? ‘Ik deed mee aan het dictee Tilburgse Taol (en werd tweede). Toen dacht ik: hoe onderhoud ik mijn dialect? Ik bedacht: door te gaan schrijven. Dat deed ik in het Tilburgse schrijfatelier, of beter: et Schrèèfatteljee in het Woordlab van de LocHal in Tilburg. De deelnemers aan dat atelier publiceren bij toerbeurt een verhaal in het Stadsnieuws. Wilma publiceert in het Stadsnieuws dus èn in het Brabants Boekske. Vorig jaar stond er al een stuk van haar hand in het Brabants Boekske, en dit jaar opnieuw. Haar verhaal ‘Licht dè wèègert te dôove’ begint aldus:
‘Saoves asset hèùs tòt rust begient te koome èn zenen aojem inhouwt vur wè de naacht brènge zal, heur ik heur nòg de trap opkoome. Vuutje vur vuutje sjoefelt ze omhôog. Irst dieje zucht, dan et gekèèrm, ‘Oejoejoej’. Èn aaltij et kraoke van de dèrde treej van ondere, aaltij dieje treej, èn daornoa et traoge èn slèèpende ritme dè me kalmeerde èn benaawde tegelèèk.’
Hoera, Wilma wint de Willem Ivensprijs 2026
Ja, hallo, die Wilma, ik zeg meteen: ónze Wilma, scoort de hoogste lof met haar verhaal! De jury prees haar werk als onderscheidend, ontroerend en getuigend van pure schrijverskwaliteit. En dat is woord voor woord waar. De jury schrijft: ‘De typeringen ontroeren en zijn niet gekunsteld. De combinatie van sterke beelden, humor en verdriet is van hoog niveau.’
Naast de eer ontving Wilma een fraai keramisch kunstwerk, een haan, van de hand van Jenny Derksen. En wij zeggen, met de jury, ‘ja, ze heej et nie van ‘ne vrimde’.
Schrijf!
Damens en heren dialectsprekers, Goirlese dialectsprekers, neem een voorbeeld aan Marlies en Wilma: schrijf! En volgend jaar meedoen aan het Brabants Boekske.
