Op maandag 1 juni wandelden 58 belangstellenden bij Nieuwkerk. Bij het ven de Halve Maan was de eerste stop. Hier waren eigenlijk drie vennen, waarvan de paters van Nieuwkerk een hoek in het hoofdven uitgegraven hadden om in de zomer te kunnen zwemmen. Via de Goirlesedijk en de golfbaan komen we uit op de Beukendreef, rechte lanen in 1820 aangeplant door botanicus Diederik van Hogendorp. Helaas zijn veel bomen aangetast door zwammen, o.a. de Tondelzwam en de Honingzwam. Deze vernietigen de bomen van binnenuit.
Veel grond was hier in bezit van kerkorden, o.a. de Heren Van Tongerlo. De Gereformeerden en Statenhouders vonden de katholieke orden te machtig worden en hebben alle bezittingen in beslag genomen en bij domeinen ondergebracht. Later konden de boeren de grond van de domeinen kopen. De katholieke boeren durfden echter geen zaken te doen met niet katholieken en zo heeft Gijsbert Karel van Hogendorp, die later een rol speelde bij de totstandkoming van het Koninkrijk der Nederlanden, alle grond opgekocht en bos aangeplant. Zijn zoon heeft hier een grafkelder laten maken. Omdat hij bang was door familie levend begraven te worden mocht het graf niet met stenen afgesloten worden en moest er een schep aan de binnenkant staan. Zijn ouders zijn hier herbegraven en het verhaal gaat dat hij van zijn paard viel, in de stijgbeugels bleef hangen en enkele dagen later stierf. Later is de familie herbegraven in Dordrecht. Even verderop staan we stil bij De Grote Beukenboom. Dit was vroeger een verzamelplaats van smokkelaars, vooral boter smokkel. Sommige boterfabrieken maakten meer dan de helft van hun productie voor de smokkel. Het smokkelen was een spel tussen smokkelaars en douane. De z.g. zwarte douane waren als douane verklede smokkelaars die hoopten dat smokkelaars bij hun vlucht de boter lieten vallen.
Frans Wilmsen wees ons hier op de restanten van een replica van een Romeinse tafel, in 1926 gemaakt door de Belgische rotsenmaker Geulem. Volgens de verhalen hielden hier de vrijmetselaars (steenhouders) hun bijeenkomsten. Zij werkten veelal met kalksteen, mergel en tufsteen bij de bouw van kerken, kastelen en landhuizen.
Zelfs een gedeelte van een natuurlijke kraal is nog zichtbaar. Hier werden runderen tijdelijk vastgezet, tot men wist dat de kust veilig was om ze te smokkelen.
Het in Engelse landhuisstijl gebouwde Hotel De Golf was een geliefde uitspanning. Tijdens de oorlog werd hier hulp geboden aan vluchtelingen. In 1950 is het afgebroken.
Een gedenknaald wijst naar WO 1 en baron Betsenbroek, die van de Duitsers zijn huis moest verlaten. Hij werd er van verdacht Belgische soldaten te helpen vluchten. Toen de Duitsers hem over de Belgische grens wilden trekken, kon de Nederlandse grenswacht hem op het laatste moment tegenhouden. Als dank liet hij deze naald bouwen.
Vroeger heette dit gebied Steenvoorde. De naam Nieuwkerk is ontleend aan het feit dat de katholieke hier in 1639 een nieuwe kerk mochten bouwen van het bisdom Antwerpen, nadat de Nederlandse Staten katholieke activiteiten verboden hadden. (Nieuwe kerk…Nieuwkerk).Hierbij stond het Witte Huis. Gebouwd om de Goirlese pastoor en zijn kapelanen in de kelder tot rust te laten komen in de reformatietijd. Het werd een herberg voor kerkgangers.
Na afloop een gezellig samenzijn en dank aan Frans Wilmsen voor de prachtige wandeling!
