Mensen kunnen op 16 april afscheid nemen van judogoeroe
Voor een bescheiden gemeente heeft Goirle opvallend veel sporthelden op de kaart gezet. Bijvoorbeeld Jan de Rooij. De geboren Goirlenaar was succesvol als judoka en werd zelfs nog bekender als judocoach en oprichter van sportcentrum Jan de Rooy. Woensdag 8 april overleed hij in zijn geliefde dorp.
door Matthijs Lodewijks
‘Ik heb een fantastisch leven gehad, het was een mooi avontuur. Helaas moet ik aftikken.’ Die tekst staat prominent op zijn overlijdensadvertentie, boven een foto waarop Jan de Rooij geamuseerd in de camera lacht. Want lachen deed hij veel, vooral in zijn betere jaren. Zeg maar de jaren tot 2014, toen Jan een zwaar herseninfarct kreeg. Daardoor raakte hij voor de helft verlamd en volledig gebonden aan een rolstoel.
De puntjes op de y
Dat was een zwarte bladzijde in het leven van Jan. Zoon Jan, dochter Anne en vrouw Corrie willen het aan de keukentafel liever over zijn mooie momenten hebben, want die waren overduidelijk in de meerderheid. Maar eerst even zijn naam. Op de rouwkaart staat Jan de Rooij, maar op de gevel van het sportcentrum Jan de Rooy. Jan junior lacht. “Ons pap had een vooruitziende blik. De lange ij bestaat in het buitenland helemaal niet. Toen hij met zijn sportschool begon, verwachtte hij waarschijnlijk al meteen internationaal succes.” Je kunt het best vergelijken met Johan Cruijff en Ruud van Nistelrooij, van wie de namen over de grens ook met de y gespeld worden.
Wat voor man hun vader was? “Dat ligt nogal aan de periode in zijn leven waarover je het hebt”, zegt Jan. “Tot zijn infarct in 2014 was hij erg gepassioneerd, ondernemend en initiatiefrijk.” Anne: “Daarna kwam zijn zachtere, meer dankbare kant meer aan de oppervlakte. Hij was erg trots op zijn kinderen: Jan, Lenneke en mij. En ook op zijn vier kleinkinderen: Bram, Floor, Jimmy en Mila. Dat liet hij de laatste twaalf jaar duidelijk merken.”
Geheime berichtjes
Jan werd geboren in oktober 1947, in Goirle. Rustig zal het in zijn ouderlijk huis zelden zijn geweest. Hij had namelijk een elftal broers en zussen. Qua leeftijd zat Jan netjes in de middenmoot. Na de middelbare school ging Jan al vlug aan het werk. In de textielindustrie, zoals wel meer Goirlenaren. Bij Van Besouw werkte een Goirlese die hij wel zag zitten. Corrie. En Jan had het idee – of in elk geval de hoop – dat Corrie hem ook wel interessant vond.
Tijd voor actie. Even appen of sms’en was halverwege de sixties nog wat lastig, maar de inventieve Jan had zo zijn eigen communicatiemiddel om zijn aantrekking te laten blijken. Jan werkte met grote rollen textiel van twee meter breed en vijftig meter lang. “Met een stift schreef hij zijn initialen daarop: JdR”, vertelt Corrie. “En soms nog een boodschap aan me. Die rollen kwamen daarna bij mij, want ik moest de kwaliteit van de stof controleren. Zo stuurde hij me geheime berichtjes.”
Jan en Corrie waren zestien toen ze verkering kregen. Helaas was Corries vader niet zo enthousiast over de prille liefde. “Ik moest het uitmaken van hem, want hij vond me te jong”, vertelt Corrie. “Maar toen we achttien waren, raakte het opnieuw aan. En we zijn altijd samen gebleven.”
Een tweede vader
Behalve Corrie had Jan nóg een grote liefde: judo. Op de levensschool kwam hij in aanraking met de verdedigingssport. Hij was meteen verkocht. Anne: “Tijdens zijn eerste les werd hij talloze keren over de mat geworpen, maar hij stond elke keer op en bleef volhouden. Ons pap was geen opgever.” Later regelde Jan dat hij de nodige papieren kon behalen om judoleraar te worden.
Vanaf dat moment was judo onlosmakelijk met hem verbonden. Vooral als leraar was hij succesvol. Corrie: “Hij heeft veel judoka’s gevormd. Topjudoka’s, maar ook recreanten. Dat maakte voor hem niet uit. Hij bracht ze discipline en respect. Voedde ze als het ware op, als een soort tweede vader. Hij was een goede coach en behoorde zeker tot de top vijf van Nederland.”
Papendal van het zuiden
Toen Jan in 2014 een infarct kreeg, was net de bouw van de Judo Academy Netherlands, kortweg JAN (!), afgerond. Jan: “Hij wilde er een judohotel van maken waar judoka’s konden verblijven en judoën. Dat was erg vooruitstrevend voor Nederland. Het was een soort Papendal van het zuiden.” Na het infarct kon Jan niet meer de drijvende kracht achter dat idee zijn. JAN bestaat nu nog steeds, als groepsaccommodatie.
Gevraagd naar mooie momenten, ontstaat er een soort luxeprobleem. Anne: “Ik heb zó veel fijne herinneringen aan ons pap, dat ik er zo niet één kan noemen.” Jan wél. “In 2003 zijn we met zijn tweeën naar Nieuw-Zeeland geweest. Dat was een herinnering voor het leven. Eén op één. Ik leerde hem daar op een andere manier kennen. Het was fantastisch.”
Anne maakte ook zo’n reis, zij het iets dichter bij huis. “Rond 2010 gingen we samen naar Istanbul. Daarvan herinner ik me vooral dat we erg veel lol maakten. Ja, ik kon enorm met hem lachen. Pa was altijd optimistisch. ‘Ge moet er altijd iets van maken’, zei hij dan. Altijd had hij een blij gevoel en was hij positief. Zelfs nadat zijn grootste passie, sporten en bewegen, door het infarct was afgenomen.”
Krom van het lachen
Dochter Lenneke is niet aanwezig, maar belt even in. Want Jan en Anne willen hun zus ook de kans geven haar herinneringen te delen. Lenneke lacht meteen. “Pa en ik waren samen in Duitsland, in een bergachtig gebied. Ik rende van een heuvel af en ging zó snel dat ik niet meer kon stoppen. ‘Ren tegen die boom aan’, riep pa. Dat deed ik maar, want het prikkeldraad onderaan de heuvel was een minder aantrekkelijk alternatief. Ik kwam redelijk ongehavend uit de strijd. Het boompje stond na de botsing krom. En ons pap ook, van het lachen.”
De lach was nooit ver weg bij Jan. Hij kon genieten van mooie verhalen en deelde die zelf ook graag. “Hij kon heerlijk verhalen vertellen”, herinnert Anne zich. “Soms vertelde hij een verhaal wel tien keer, maar dat maakte niet uit. Corrie vult haar dochter aan. “Jan maakte ook veel mee. Hij vertelde de verhalen soms overdreven smeuïg en dikte dingen weleens wat aan, maar er zat altijd een kern van waarheid in.”
Bergafwaarts
Ook nadat het met zijn gezondheid bergafwaarts ging – gelukkig zonder aanvaringen met bomen zoals Lenneke – bleef Jan zijn verhalen vertellen. Meermaals per dag bezocht hij vanuit zijn huis het aangrenzende sportcentrum. In de kantine deelde hij dan zijn laatste wapenfeiten en lachte hij zijn gulle lach. De toehoorders hingen aan zijn lippen.
Anne beschrijft de afgelopen twaalf jaren als bonustijd. “We realiseren ons heel goed dat het in 2014 ook al afgelopen had kunnen zijn. We zijn dankbaar dat we nog zo veel tijd met ons pap hebben gehad. We hebben alles kunnen zeggen wat we wilden en dat is echt niet iedereen gegeven.”
Zijn laatste reis
Ondanks de liefdevolle verzorging van Corrie en de thuiszorg was langer thuis wonen geen optie meer voor Jan. In december 2025 verhuisde hij noodgedwongen naar Thebe Elisabeth. Hij ging met opgeheven hoofd naar buiten. Anne: “Hij wilde zijn leven het liefst thuis afsluiten, maar begreep heel goed dat het voor ons mam niet meer te doen was.” Jan: “Er was geen plek waar hij liever was dan thuis. Ons mam was zijn baken, de liefde van zijn leven. Zestig jaar lang. Maar dit was noodzaak.”
Afgelopen woensdag begon Jan aan zijn laatste reis. Uiteindelijk werd uitgezaaide lymfeklierkanker hem fataal. Een ippon, om in judotermen te blijven. Anne: “De arts voorspelde drie jaar geleden dat hij nog anderhalf jaar zou hebben. Dat heeft hij mooi weten te rekken.”
Afscheid
Donderdag 16 april kunnen mensen van 16.00 uur tot 21.00 uur afscheid nemen van Jan, in sportcentrum Jan de Rooy aan de Tijvoortsebaan 3A. Een dag later neemt de familie in besloten kring afscheid.
Er zullen de komende tijd volop kaarsjes branden in het sportcentrum van Jan. En zijn verhalen zullen er ook klinken. Niet meer volop smeuïgheid verteld door de in Goirle wereldberoemde judogoeroe, maar hij speelt er vast nog een rol in. Zo blijft hij voortleven. Zelfs nadat hij op 8 april zijn laatste buiging maakte.
