Hoe weet je of hulpverlening écht werkt? Die vraag stond donderdag 15 oktober centraal bij Stichting De As in Goirle. Medewerkers doken samen in de wereld van wetenschappelijk onderzoek, praktijkervaring en nieuwe inzichten. Met één gezamenlijk doel: de hulpverlening steeds een stukje beter maken. Robert van Hennik, ervaren systeemtherapeut, supervisor, leertherapeut, opleider en onderzoeker binnen de GGZ en jeugdzorg, verzorgde een inhoudelijke bijdrage. Hij is onder andere gespecialiseerd in feedbackgestuurde praktijkvoering en nam de medewerkers mee in drie thema’s: wat meta-analyses vertellen over succesvolle hulpverlening, het verschil tussen evidence-based practice en practice-based evidence en FITS. Natalie Couwenberg, systeemtherapeutisch werker, is binnen de As vraagbaak en organisator in het uitrollen van het onderzoek op de werkvloer. De eerste resultaten zijn met elkaar besproken en gedeeld.
FITS, ook wel feedbackgestuurd werken genoemd, draait om een belangrijk principe: actief aan cliënten vragen hoe zij de behandeling ervaren en vanuit deze feedback samen bewegen en bijstellen.
Voor Stichting De As is deze manier van werken niet nieuw. Deze bijeenkomst bood een mooie gelegenheid om onze structuur van behandeling en manier van werken opnieuw onder de aandacht te brengen. De wetenschappelijke inzichten en onderzoeksgegevens zorgden voor nieuwe energie én bevestiging.
Ontwikkeling in goede hulpverlening staat nooit stil. Door praktijkervaring en wetenschappelijk onderzoek met elkaar te verbinden, blijft stichting de As haar kwaliteit verbeteren, door te leren bewegen in wat de hulpverlener en de client nodig hebben in processen en trajecten van hulpverlening.
