“Kijk naar de ziel van Riel” is een initiatief van een groep Rielenaren die de ambitie heeft uitgesproken om Riel van het verleden tot heden in woord en beeld voor een breed publiek onder de aandacht te brengen. Hiertoe worden zowel het Goirles Belang als Facebook (Kijk naar de ziel van Riel) en de site www.zielvanriel.nl ingezet. Wekelijks wordt de rubriek “Groeten uit Riel” gepubliceerd. In deze rubriek worden 1 of 2 foto’s geplaatst met begeleidende tekst uit diverse tijdsvakken.
Foto 1 Zandeind 1 Verhaal 2
Foto 1 vertrek station Riel
Toos is de tweede dochter en het derde kind van Cees en Fien Reijnders. Geboren 16 mei 1935 ook aan het Zandeind nummer 1. Toos was een rustig meisje en ging haar eigen kalme weg. Ze ging naar de bewaarschool bij de nonnen aan de Kerkstraat en kon goed opschieten met de zusters, vooral met zuster Cornelia. Daar kreeg ze later ook nog naailes van. Onrijpe perziken waren favoriet bij Toos in haar jeugd. Vader zat haar dan achterna, maar een snelle sprong over de sloot zorgde ervoor dat vader haar niet te pakken kreeg. Op zondagmiddag was het vaak met de, hoe kan het ook anders aan het spoor, met de trein naar opa en oma in Baarle-Nassau. Netjes op de bank blijven zitten, want anders werden de sokjes vies. Om een andere fase weer te geven, herinnert Toos zich de periode dat ze zelf al een eigen gezin had. Op Zandeind 1 waren ze altijd welkom en werden ze gul onthaald. Ze stonden altijd klaar voor hulp of oppassen. Moeder had dan ook altijd een soort van cadeau in haar hand, een haantje, waarvan dan niks tegen vaders gezegd mocht worden. Jan, als tweede zoon en vierde kind uit de rij van zeven, werd al heel vroeg met “buitenwerk” opgezadeld. Immers met een oudere broer Piet en de grotere zussen Ria en Toos had moeder genoeg hulp en moest zoon Jan dus pa buiten gaan helpen. In die tijd werkte pa Cees Reijnders bij de gemeente Alphen en Riel en maakte hij vooral sloten schoon met kapzeis en gitten aan, om zijn benen te beschermen. Vaak was het dan voor Jan na schooltijd pa helpen en niet in de weg lopen. Te voet naar de Den Druisdijk voorbij de Vijfhuizen. Jan leerde meteen ook veel over vogels, hazen, konijnen, bermkruiden en het al eerder genoemde “fluitjes” maken. Pa Reijnders was een echte buitenman. Het terrein voor de kinderen werd buiten het spoor en de molen ook regelmatig uitgebreid. Op mooie zondagochtenden werd de route gevolgd achter de boerderijen om, door allerlei landwegen, diepe droog gevallen sloten naar de bossen. Via de manege, Paulusbos, Vermeulenbos, de Zipt, Vostersbos en de “Meulen” terug naar huis.
Foto 2
Dochter nummer drie en kind nummer vijf Julia heeft fijne herinneringen aan wachtpost nummer 8. Vooral aan het buitenleven en aan de hof van pa. Pa helpen met het voeren van de kippen, het varken en de konijnen. Het ging ook niet altijd goed. Julia nam wat streken over van oudere broer Jan, wat zich later zal vertalen. Julia ging naar de bewaarschool bij de nonnen. Julia vond dat helemaal niet leuk en vertelde op school dat ze ziek was. Van de nonnen mocht ze naar huis. Na enige keren geloofde haar moeder haar niet erg en bracht de kleine Juliaantje weer terug naar school. Daar hoorde ze het echte verhaal. Moeder boos, nonnen boos. Julia werd opgesloten in het kolenhok bij de nonnen. De boosheid zou lang bij Julia blijven hangen. De jeugd werd ook anders ingevuld onder andere door met broer Jan in het bos spelen en kattenkwaad uithalen, zoals het weg halen van aardbeien en bessen bij Jan Paulussen en andere boeren in de omgeving. Een voorbeeld hoe het er vroeger aan toe ging. Bij moeder moest je dan niet aan komen, er werd weinig getolereerd. Ook hier was het opsluiten ooit een oplossing, namelijk in de kelder, maar dat vonden de kinderen van Zandeind 1 niet erg. Er stonden voldoende wekflessen met fruit en broer Jan had geleerd om die open te maken. Moeders snapte er niets van. “Pa alweer een pot open” en opeten maar. Julia was wel gewend dat ze thuis niet altijd een schouderklopje kreeg. Julia moest na de lagere schooltijd met haar 14 jaar al gaan werken bij mevrouw Donders in Tilburg. Ondertussen paste ze thuis op haar jongere broer Wim en zus Okkie. Deze twee kon ze uren lang verhalen vertellen, ze schudde die zo uit haar mouw. Julia ging ook graag uit, naar de film of gaan dansen. Maar ja zakgeld kreeg Julia niet veel, dus daar moest wat op gevonden worden. Als het zondagmiddag was en de familie op visite kwam, dan wist ze het zo te brengen dat ze een liedje mocht zingen en daarna ging ze met de pet rond. Ze haalde dan weer genoeg geld op om zondagsavonds te gaan dansen bij Bax in Goirle. Daar heeft ze ook haar man Frans leren kennen.
