“Kijk naar de ziel van Riel” is een initiatief van een groep Rielenaren die de ambitie heeft uitgesproken om Riel van het verleden tot heden in woord en beeld voor een breed publiek onder de aandacht te brengen. Hiertoe worden zowel het Goirles Belang als Facebook (Kijk naar de ziel van Riel) en de site www.zielvanriel.nl ingezet. Wekelijks wordt de rubriek “Groeten uit Riel” gepubliceerd. In deze rubriek worden 1 of 2 foto’s geplaatst met begeleidende tekst uit diverse tijdsvakken.
Foto 1
Toen de kinderen Reijnders wat ouder werden, bleef er een gastvrije ontvangst op Zandeind 1 door moeder Fien. Steevast lagen er gesmeerde, besuikerde en/of zelfgemaakte appelmoes, dik erop, boterhammen op de keukentafel klaar. Nou jongens, smullen maar. Kattenkwaad kwam ook voorbij door de broers Jan en Piet. Lonten en los kruit werden gebruikt. Heel de loswal met pakken stro, de slootkant bij het spoor ging per ongeluk met de “musterdhoop” in vlammen op. De brandweer rukte uit en de veldwachter eveneens. En de jongens maakten zich uit de voeten, dwars door de rogge- en maisvelden. Maar als je dan thuis was, kon je natuurlijk bezoek van de veldwachter verwachten. In klein verband werd er als het ware ook oorlog gevoerd. Het “Zandeind” tegen het “Dorp”. Het “Zandeind” was goed uitgerust. Er werd “geschoten” met oud oorlogstuig, pijl en boog en katapult. Vechten als leeuwen met lange stokken met bossen brandnetels eraan om de “vijand” tegen de blote benen en knieholtes te slaan. In de herfst werden ook proppenschieters gebruikt. De “warriors” waren na afloop niet aan te zien. Vaak dan met lood in de schoenen, figuurlijk, of klompen (kap eraf) naar huis. Moeder natuurlijk kijven en je mocht dan in de hoek gaan zitten, op je knieën en vader met de platte hand of gooien met zijn klomp (ook de kap eraf) als hij je niet te pakken kon krijgen. Het kwam allemaal goed met de kinderen, ook getuige het Jongensgilde waar velen zich aansloten. Frans Lemans van Café Kerkzicht is daar nog levende getuige van als zijnde ook lid van het Jongensgilde naast veel andere Rielenaren.
Foto 2
Iedereen zag altijd uit naar de lente. Wat waren de winters koud toen. Misschien omdat er niet zo warme kleren waren. De jongens droegen korte broeken, gebeurt nu nog in ons dorp het gehele jaar door en de meisjes wollen kousen en klompen met stro of kranten erin. Maar thuis op de plattebuiskachel en je kon er weer tegen. Gedurende de winter nog haalde pa op zondag de grammofoon uit de kast en met de Katholieke Illustratie erbij was het heel knus. Nog later haalde Piet boeken en was het de gehele dag lezen voor het gezin. Wat een rust. Maar met de lente in aankomst kon de familie Reijnders weer naar buiten. Moeder begon aan de bloementuin en pa ging poten en zaaien. De kinderen moesten helpen met boontjes, erwten en aardappelen in de voren te leggen. In de bloementuin mocht je niet komen want dat was moeders domein. En als er perziken aan de bomen hingen dan ging de poort op slot. De mooiste perzik is voor moeder zei vader Reijnders dan. Maar de kinderen kregen de poort toch open en aten de perziken half groen op. Dan kreeg je er natuurlijk van langs van pa. In maart was het feest van de H. Jozef. Dan werd er gezongen om de bescherming van de vaders. Het lied dat dan gezongen werd heette: “Thuis bij ons als het Maart is”. Carnaval werd natuurlijk ook gevierd met de rommelpot en pannenkoeken. In mei werden hele bossen bloemen voor de H. Maria geplukt en dan werd er gezongen voor haar “O sterre der zee” en andere Marialiedjes. Op school bij de zusters in de tuin werden den ook bloemen gebracht bij het beeld van Maria. Een vast item was ook de voorjaarschoonmaak wat nu nog wel voorkomt maar anders. In de kamers moest alles van de kant af, de bedden naar buiten en er moest nieuw kaf in de bed overtrekken en een stof dat het gaf. Later werd het kaf vervangen door kapok en dan viel het stof wel mee. Het duurde weken voordat de schoonmaak klaar was, maar dan rook het lekker naar boenwas, chloor zeep, verf, kalk en wat al niet. Als de vogels in het voorjaar uitgevlogen waren en onder de dakpannen het bezaaid lag met eitjes en veren in de nesten, dan haalde Jan de eitjes uit de nesten en bakten de eitjes dan alleen voor hemzelf. De andere kinderen waren er vies van, om van te rillen. Ook de konijnen- en kippenhokken kregen een beurt. Het kan er weer een jaar tegen, zei moeder Reijnders dan.
