“Kijk naar de ziel van Riel” is een initiatief van een groep Rielenaren die de ambitie heeft uitgesproken om Riel van het verleden tot heden in woord en beeld voor een breed publiek onder de aandacht te brengen. Hiertoe worden zowel het Goirles Belang als Facebook (Kijk naar de ziel van Riel) en de site www.zielvanriel.nl ingezet. Wekelijks wordt de rubriek “Groeten uit Riel” gepubliceerd. In deze rubriek worden 1 of 2 foto’s geplaatst met begeleidende tekst uit diverse tijdsvakken.
Foto 1
Er was veel verschil tussen de burgerkinderen uit het dorp en de kinderen van de boeren en in dit geval van het Zandeind. Burgerkinderen konden vakantie nemen. Bij de familie van Beek was het thuis volop helpen. Was er bijvoorbeeld regen op komst, dan moesten de kinderen in de weer, letterlijk en figuurlijk, om het hooi naar binnen te krijgen. Was het deels dan toch nog nat geworden, dan ontstond er na een paar dagen de broei erin en dan was het toch nog foute zaak. De inzet van paard en wagen hebben ook de kinderen op nummer 36 meegemaakt, waarna opvolging met de tractor. En als er wat haperde, zoals de melkmachine, dan bestond er altijd nog het uitwijken naar het als voorheen melken met de hand. En katholiek bleef het gezin van Beek-Huijbregts in de breedste zin. Met zes kinderen was er natuurlijk op zijn tijd een keer mot en een bijzonder gezin, vijf meiden en een jongen kan natuurlijk ook daarvoor de reden zijn geweest. Koos van Beek loste dat als volgt op. Hij pakte dan de rozenkrans en bad een weesgegroetje aan tafel met het gezin en besloot om op die manier de ruzie te beslechten. En als dat gelukt was, kon hij achteraf zijn lach niet houden. Zou zuster Augustina ook zoveel invloed hebben op het gezin van Beek-Huijbregts. Ook wel heel katholieke mensen. In 1977 is het vee op Zandeind 36 inmiddels al opgeruimd. Het betrof kalveren, varkens, koeien, paarden. De vervolgstap is akkerbouw. In Molenschot had de familie van Beek nog een stukje land en een bosje gehad. Een locatie op serieuze afstand. Terug kijkend naar dit soort gronden, koeien werden dan los gelaten. Vooruit lopen voor de koeien en vooraan met de hand vast houden en zo vervolgens naar de Leykant, tot aan achter de boerderij van Jos Huijbregts. in het kadaster was het Leykant, daar ligt ook de Kwaaien Hoek. Grond van de familie van Beek lag er ook bij de Zipt, een weiland. Als het om bebouwing op het land ging, bieten werden ‘op enen gezet’. Dan had je ruimte om te groeien, eerst inzaaien, deze kiemden dan, drie a vier plantjes bij elkaar. Dan werden er vervolgens drie uitgetrokken en dan bleef er ruimte over voor één biet.
Foto 2
Een ander fenomeen, risico spreiden met hooi op ruiters. Het nummer 1 ruwvoer vroeger was hooi. Het kostte alleen onnoemelijk veel tijd om het te maken. Met ruiters was de arbeid en risico te spreiden. Op vierpootsruiters hing gras te drogen. Per hectare waren er zeker 35 ruiters nodig, afhankelijk van de hoeveelheid gras die gedroogd moest worden. Het kostte gemiddeld 10 manuren per hectare voor het tot hooi geworden was en in de schuur lag. Groen plukken zoals het boeren grootschalig genoemd werd, het telen van groeten en fruit op het land en aardappelen telen maakte ook onderdeel uit van de bedrijfsvoering. De pootaardappelen werden in april gepoot om consumptieaardappelen van te telen. Vervolgens werden deze als ze groot genoeg waren, in september c.q. oktober gerooid en opgeslagen in de schuur. Dat om blootstelling aan licht te voorkomen. Akkers waren voorhanden bij de Mariahoeve. De kinderen van Van Beek werden overal bij betrokken. Soms ontvingen ze dan ook een traktatie. Bij de Mariahoeve werden ijsjes verstrekt en dat was een welkome afsluiting na het werken op het land. Als het heel warm weer was, deden de dochters hun hemdje uit, wel nadat vader Koos was vertrokken. Want dat was dan zonder goedkeuring van Koos. Aan huis op Zandeind 36 werden er nog varkens gehouden, een groentetuin, een fruitboomgaard. Herinnering aan het ophangen van de hammen, onderdeel van zelfvoorziening. Actief zijn was een belangrijk onderdeel in het boerenleven en zeker ook bij de familie van Beek, een gezin met 6 kinderen. Moeder maakte daarbij nog eens gedurende jaren kleding voor de Missie. En de dochters mochten gaan koperpoetsen in de kerk. Of als huishoudelijke hulp in de buurt. Dochter Anny kwam zelfs bij de smid in de Kerkstraat te werken, als zodanig in de huishouding maar ook belangrijk onderdeel van de opvoeding van de drie kinderen van Ad en Margriet van Oirschot. Anny volgde Rietje Jansen op, die zelfs bij Harrie van Oirschot, de eerdere smid gewerkt had. Een vervolgstap die gemaakt wordt aan het Zandeind 36 is het kopen van een pers, die stro en hooi tot pakken kon persen. De pers wordt tezamen gekocht met Jan van Eijck.
