“Kijk naar de ziel van Riel” is een initiatief van een groep Rielenaren die de ambitie heeft uitgesproken om Riel van het verleden tot heden in woord en beeld voor een breed publiek onder de aandacht te brengen. Hiertoe worden zowel het Goirles Belang als Facebook (Kijk naar de ziel van Riel) en de site www.zielvanriel.nl ingezet. Wekelijks wordt de rubriek “Groeten uit Riel” gepubliceerd. In deze rubriek worden 1 of 2 foto’s geplaatst met begeleidende tekst uit diverse tijdsvakken.

Foto 1

Het is een geheel andere wereld, onder de dieren of de mensen. Nagenoeg alle handelingen, zowel operatief als anderszins van grote dieren geschieden op locatie en vaak dus bij de boer. Tot en met keizersnede toe. Het verschil in opleiding 50 jaar geleden, toen Kees Schetters studeerde voor dierenarts, is enorm. Waar het onderwijs vroeger vooral agrarisch en praktijkgericht was, is het nu sterk wetenschappelijk onderbouwd, technologisch geavanceerd en ligt de focus meer op specialisaties en gezelschapsdieren. In 1975 was de studie vaak een ongedeeld programma (tot wel 6-7 jaar) dat sterk ambachtelijk en breed georiënteerd was. Tegenwoordig is het traject strak ingedeeld in een bachelor (3 jaar) en een master (3 jaar) gevolgd door strenge coschappen en specifieke afstudeerrichtingen (zoals Gezelschapsdieren, Paard of Landbouwhuisdieren). Diagnostiek en behandeling zijn ingrijpend veranderd. In 1975 steunde de dierenarts vooral op lichamelijk onderzoek en basale röntgenfoto’s. Nu is er intensieve scholing in geavanceerde technieken zoals MRI, CT-scans, echografie en minimaal invasieve chirurgie (kijkoperaties). Vroeger behandelde men voornamelijk vee (paard, koe, varken) en en was de rol sterk agrarisch. Tegenwoordig is de diergeneeskunde veel breder, met een enorme komst van eerstelijns- en specialistische zorg voor gezelschapsdieren (hond, kat, knaagdieren). Ook de rol in volksgezondheid en One Health (de verbinding tussen dier, mens en milieu) is een volwaardig onderdeel van de studie geworden. Omdat de veterinaire wereld anno 2026 sterk is geprofessionaliseerd (met grote klinieken en dierenhospitalen), maken praktijkmanagement, ondernemerschap en juridische aspecten tegenwoordig een belangrijk onderdeel uit van het curriculum. Dan was Kees Schetters dus nog van de oude stempel. Hij was zeer allround. Toen de familie Schetters inmiddels op Zandeind 36 woonden, kwamen er steeds meer dieren. Waren de vier geiten al lang kind aan huis, om het zo te noemen. Er kwamen meer geiten bij en experimenten ging Kees ook niet uit de weg. Hangbuikzwijntje ging onderdeel uitmaken van de dierenfamilie van de Schetters.

Foto 2

Hangbuikzwijn al op Tilburgseweg 1 en dat werd dus voortgezet op Zandeind 36. En het hangbuikzwijn leefde tussen de bedrijven door ook in huis. Een slaapplaats was een kinderbox, die verder toch geen andere functie meer had. Waar er op de Tilburgseweg 1 eentje vertoefde en ook nog uitgelaten werd met een riempje, het betrof hier huisdier Trees, breidde op Zandeind 36 de populatie hangbuikzwijnen uit naar 4 exemplaren. Dochter Mirella, volledig vertrouwd met de dierengemeenschap, wilde graag een hangbuikzwijntje. En als je dat zwijntje vanaf het begin beschouwt als huisdier, dan weet niemand beter, ook dat zwijntje niet. Het varkentje kan niet zweten, was met een hond aan het stoeien en kwam zo noodlottig aan haar eind door een hartaanval, tijdens een logeerpartij bij vrienden. En de geiten bleven uitbreiden middels de lammetjes van de reeds aanwezige geiten. Zoon Max voelde zich geroepen om de dieren te verzorgen. Op enig moment kwam er ook een koe bij, nou door eerst een kalf bij een boer te kopen. Een volgende variant volgde op de dierenschare, wellicht op Zandeind 36 te benoemen als gedomesticeerd dier, te weten er werden drie beertjes everzwijnen gekocht. Kees hield van uitdagingen. In het begin heel leuk natuurlijk, er zat flink de groei in de everzwijnen. En Kees had geen ervaring met deze dieren, maar wist natuurlijk hoe het zou gaan lopen. Het was bij Schetters anders dan bij anderen. En dat triggerde. Op enig moment belandden de everzwijnen in hokken. En bekend was, dat een hok de kracht van de zwijnen ook niet kon weerstaan. Ze waren beresterk. En op voortschrijdend inzicht ook wel gevaarlijk te noemen. Op enig moment iemand gebeld die werkte op de Veluwe. Deze man kwam de everzwijnen ophalen. Maar hoe krijg je dergelijke dieren in een veewagen. Dat lukt dus niet met een beest dat niet mee wil. Verdoving was de enige manier om de dieren te kunnen vervoeren. Dat was einde experiment. De everzwijnen zijn later vrij gelaten op de Veluwe, een maand of negen oud en honderd kilo zwaarder. Wat Kees dus goed wist, everzwijnen zijn loeisterk, gemeen met flinke tanden en ze vallen ook mensen aan. Je verdiept je in de breedste zin in je metier en dat deed Kees Schetters. Cilia was opgevoed met het op afstand houden van dieren. Knap dat zij de tolerantie had om Kees alle ruimte te geven.