“Kijk naar de ziel van Riel” is een initiatief van een groep Rielenaren die de ambitie heeft uitgesproken om Riel van het verleden tot heden in woord en beeld voor een breed publiek onder de aandacht te brengen. Hiertoe worden zowel het Goirles Belang als Facebook (Kijk naar de ziel van Riel) en de site www.zielvanriel.nl ingezet. Wekelijks wordt de rubriek “Groeten uit Riel” gepubliceerd. In deze rubriek worden 1 of 2 foto’s geplaatst met begeleidende tekst uit diverse tijdsvakken.
Foto 1
Derde of vierde kind van Arnoldus Schellekens, alias Nolleke Schellekens en eega Mina Tuytelaars uit Baarle Nassau is Sebastiaan. Derde of vierde kind Sebastiaan is wat voor te zeggen, want Sebastiaan was er één van een tweeling met tweelingzus Lisa. Dankzij grootmoeder van Sebastiaan en Lisa zijn beiden in leven gebleven. De voeding hield in dat grootmoeder met een theelepeltje de gehele dag melk aan de tweeling gaf. Sebastiaan was zelfs zo zwakjes dat hij bij 1,5 jarige leeftijd nog nauwelijks kon zitten. Dus oma halleluja. Sebastiaan, geboren 26 februari 1915, trouwt 22 juni 1948 met Toke Huijbregts, ook van het Zandeind. Een huwelijk met een nageslacht van 6 kinderen, namelijk Wilhelmien, Wil, Nelly, Clazien, Noud en Frans. Een garantie voor een verblijf van de familie Schellekens op het Zandeind, zoals later zal blijken. En het ambacht wordt ook gedurende de 20e en 21e eeuw overgedragen in de familie.
Waar we al een behoorlijk stuk historie van het Zandeind hebben meegekregen van andere adressen, heeft ieder adres en familie de eigen herinneringen en ervaringen. Wat dan natuurlijk ook weer herkenbaar is voor de eerder genoemde Zandeindse populatie. De werktuig coöperatie is een fenomeen wat opduikt na de Tweede Wereldoorlog. Het betreft werktuig coöperaties in de landbouw, die na de Tweede Wereldoorlog op grote schaal ontstaan.. Na 1945 moest de landbouw snel moderniseren. Veel boeren hadden niet het geld om dure machines zoals tractoren, maaidorsers, aardappelrooiers en hooibouwmachines zelf aan te schaffen. Indirect waren de coöperaties ook een gevolg van het Marshallplan (1948-1952), Amerikaanse hulp om de Europese economie na de Tweede Wereldoorlog weer op te bouwen. Een deel van de hulp werd gebruikt om de landbouw te moderniseren. De Nederlandse overheid stimuleerde mechanisatie sterk omdat de voedselproductie omhoog moest. Zo konden boeren dus middels de werktuigen coöperaties ook mee profiteren van het Marshall plan en de inbreng van de landelijke overheid.
Foto 2
En zo kreeg Riel dus ook haar eigen coöperatie. Vaste kenmerken waren, gezamenlijk eigendom van landbouwmachines, kosten werden verdeeld over de leden. Er werden afspraken gemaakt over planning en gebruik, vooral tijdens drukke periodes. Als je bijvoorbeeld gras in wilde zaaien in augustus, dan moest ook dat op afspraak. In Riel waren bijna alle boeren lid. De opslag van de in Riel tot de coöperatie behorende machines werden bij Willem Wouters aan de Dorpstraat gestald. Bij Willem Wouters stonden onder andere een aardappelaanaardploeg, een cambridgerol, aardappelsorteermachine. Bijna alle boeren uit Riel waren lid van de coöperatie. En dat geschiedde tegen een relatief gering bedrag, je betaalde dan een soort van contributie. Het kende een piek in de periode tot ongeveer eind 50er jaren van de vorige eeuw. Vanaf de jaren 1960 – 1970 nam het aantal werktuigen coöperaties geleidelijk af. Soms kom je er nog wel eentje tegen, zo juist over de grens in het Belgische Zondereigen. Boerenbedrijven konden steeds meer zelf machines aanschaffen. Er ontstonden loonwerkbedrijven die voor meerdere boeren werkzaamheden uitvoerden. Op het Zandeind bleven er nog geruime tijd ook andere oplossingen bestaan, een mix van de ontwikkelingen zoals eerder genoemd. Jos Huijbregts had bijvoorbeeld een wagen staan, een speciale varkenswagen. De zeugen gingen dan naar de beer bij Doorakkers in Gilze. De zeugen werden uit de stal gehaald en het hobbelen met de varkenswagen was voor de eisprong heel goed. En het doel moge duidelijk zijn. Doorakkers wist de vroegere bestemming om te zetten naar een dancing. Er ontstonden ook kleinere samenwerkingsverbanden na de werktuigen coöperaties en voornoemde initiatieven. Jan Huijbregts had een eigen dorskast en daar maakte familie Schellekens dan ook gebruik van\. Jan en Frans Huijbregts pasten ook een vorm van loonwerker toe. De dorskast werd vervolgens later overgenomen door de familie Schellekens. De dorskast was oorspronkelijk nog afkomstig van Heesters Haaren, ook een bekend adres voor plaatselijke smid van Oirschot.
Toen de dorskast niet meer als zodanig gebruikt werd, heeft Wim van Eijck de blazer van de dorskast omgebouwd tot houtkrullenzuiger, die die gebruikt werden in de mestkippenstallen.
