“Kijk naar de ziel van Riel” is een initiatief van een groep Rielenaren die de ambitie heeft uitgesproken om Riel van het verleden tot heden in woord en beeld voor een breed publiek onder de aandacht te brengen. Hiertoe worden zowel het Goirles Belang als Facebook (Kijk naar de ziel van Riel) en de site www.zielvanriel.nl ingezet. Wekelijks wordt de rubriek “Groeten uit Riel” gepubliceerd. In deze rubriek worden 1 of 2 foto’s geplaatst met begeleidende tekst uit diverse tijdsvakken.
Foto 1
Rechts van nummer 38 was er door timmerman Peeters een grote graanschuur gebouwd, in het jaar 1931. Het was voor die tijd een ruime schuur waarin de graanoogst kon worden opgeslagen. De schoven graan werden met de aren naar binnen toe getast tussen de gebinten. Sjarel kon met de zicht, de korte zeis, de binnenkant van de schoven die tegen de rijplaat aan lagen, perfect rechten. Dat kon niet iedereen. Bij een grote oogst werden boven de rijvloer extra stammen tussen de draagbalken gelegd waarop dan ook nog graan werd getast. Enige tijd later werden vervolgens deze schoven gedorst. Aan de dorsmachine stond Tinus van Eijck bovenop de dorskast om de schoven aan te pakken en tegelijkertijd het touwtje dat de schoof bij elkaar hield, door te snijden. De schoof werd door een wals naar binnen getrokken. Sjarel stak de schoven van de tas naar Tinus. Onder bij de zakken stond Toon Peters. Hij zorgde voor het afvullen en afvoeren van de volle zakken. Sebastiaan Schellekens stond aan de lage drukpers die het gedorste stro verzamelde. Het was een samenspel van buurtgenoten waarbij eenieder zijn steentje bijdroeg. Samenwerken versterkte en nog steeds natuurlijk de onderlinge banden. Vele jaren later, in 1974 werd de graanschuur omgebouwd tot ligboxenstal en in 2026 werd het gebouw afgebroken. En het bleef niet alleen bij de inzet door Sjarel Versmissen.
In het voorjaar was het letterlijk de oude voorjaarsschoonmaak op nummer 38 en die begon op de vliering en zo verder naar de begane grond en iedere cm2 kreeg de volle aandacht. En dan kwamen de dochters van Sjarel zich inzetten, Liza en Rie om bij Schellekens te helpen bij deze jaarlijkse klus. En dat gedurende een groot aantal jaren.
Terug naar de activiteiten van Sebastiaan Schellekens zelf. Vader was eigenaar van ook bosgrond, onder andere een bos bij de Waterleiding, Ook wel het bos van Vosters genoemd, dichtbij de grenspaal, links van de Waterleidingbaan, achter de golfbaan, een gebied van 48 bunder.
Foto 2
Het bos was gelegen aan de andere zijde van de A58, de voortzetting van dit traject tussen Tilburg en Breda, wat in 1971 gerealiseerd was. De genoemde 48 bunder waren door erfdeling van Arnoldus Schellekens in het bezit van zijn kinderen gekomen. Om een gedeelte van het bos bouwrijp te maken dienden boomstronken gerooid te worden. Hiertoe werden drie paarden ingezet om voldoende tractie te genereren. Het jongste paard werd dan in het midden gepositioneerd. Dan moest die wel mee in het tempo, werd letterlijk en figuurlijk in het gareel gehouden. Het waren lange dagen op het land. Zowel boer als paarden kwamen tussendoor niet naar huis. Voor de paarden was het zo geregeld dat ze om en om weer nieuwe energie konden opbouwen uit een korf met haver, die bevestigd was als een zak rondom de bek. De haver was heel energierijk. Als de grond vervolgens bemest moest worden, werd er op enig moment een schotelstrooier gebruikt, om kalk te strooien, om de zuurgraad van de grond omhoog te halen en meteen een tijdelijke werking in gang te zetten tegen onder andere onkruid. Betere grond om ook meerdere gewassen te kunnen telen. In vroegere tijden werd er nog guinao gebruikt, de voorloper van kunstmest. Een echte dierlijke meststof, gedroogde mest. Was eigenlijk gedroogde vogelpoep. En deze werd dan afgegraven. Werd onder andere uit Zuid-Amerika geïmporteerd.
De zakken waren heel zwaar, wel 100 kilo, zei Toon Peters, de overbuurman dan. Zoals we bij meer boerderijen vaststelden, waren er mensen die hun diensten aanboden. Een van hen was Jaan Bergmans uit Tilburg, specifieker woonachtig in de Sacharias Jansenstraat, in Tilburg Zuid. Jaan was met pensioen en meldde zich op Zandeind 38 of hij niet een keer met iets kon ondersteunen, kon helpen. Hij wilde eieren opkopen bij moeder Schellekens en vervolgens doorverkopen in de stad. Eieren pakte hij dan in papier in, vervolgens in de tas, waarvan er twee beschikbaar waren op zijn fiets. Andere activiteiten van hem waren aanmaakhoutjes maken en kippen slachten. Als Jaan dan weer klaar was op de boerderij, was het vervolgens op de fiets weer richting Tilburg. En de verwachte inkomsten werden op zijn eigen manier besteed. Was een goede klant bij Gust de Jong aan de Rielseweg, legde daar dan aan maar ging dan wel regelmatig met struif naar huis. De inkomsten werden ook besteed aan de kermis. De Tilburger heeft een kermispot, die moest natuurlijk leeg met de kermis. Jaan vervolgens met zijn kinderen naar de kermis.
