Ondanks de medische perikelen van weleer, heeft het Diamanten bruidspaar Fons Lemans en Sjan Roozen, afgelopen zaterdag 30 augustus van een schitterend en vooral een “kleurrijk” feest kunnen genieten. Op hun eigen erf aan ‘t Riels Hoefke mochten zij ruim 170 gasten verwelkomen. Ook ontvingen zij een eerbetuiging van de Koning en kwam burgemeester Mark van Stappershoef het echtpaar persoonlijk feliciteren. Hoe het allemaal zo gekomen is weten Fons (83) en Sjan (84) met opzienbarende anekdotes voor de lezers van het Goirles Belang te vertellen.
Door Nico de Beer
Zoals altijd ging de 18 jarige Rielenaar Fons met zijn vriend Jos in het weekend stappen, op zoek naar vrouwelijk schoon. Dit keer kozen zij in mei 1960 voor de kermis in Baarschot. “We hebben het toen wel over koetjes en kalfjes gehad, maar voor mij was het geen liefde op het eerste gezicht” vertelde Sjan die met haar nichtje ook op de kermis vertoefde en die nadrukkelijk door Fons geobserveerd werd. Echter voor het Riels boerke - vol adrenaline - was dat heel anders, hij wilde na behoorlijk aandringen, Sjan thuis op de boerderij in Biest-Houtakker ophalen om daarna te gaan dansen. “Ja,- en hij wilde ook weten hoeveel “stalròmkes” we hadden”, lacht Sjan. Die actie van de stalraomen tellen, om de welvaart op een boerderij te kunnen beoordelen, kwam vroeger geregeld voor. Wat dàt betreft was Fons wel tevreden. Daarbij creëerde hij door z’n charme en danskunst wel groenlicht om een vaste verkering te verzekeren.
“Een nuchter kalfje voeden, kostte me best veel tranen”
Het gevolg was dat er eind augustus 1965 in Biest-Houtakker een groots huwelijksfeest gevierd kon worden. Zowel de bruid als de bruidegom hadden ieder tien broers en zussen met aanhang om getuigen te zijn van de boerenbruiloft. Direct na het trouwen werden de mouwen van Fons en Sjan letterlijk en figuurlijk opgerold. Op de boerderij op ‘t Hoefke was er veel werk te doen. Als jongste dochter van het gezin Roozen was Sjan behoorlijk verwend. Toch haalde zij als boerin in spé het beste van zichzelf naar boven. Ook al kostte het soms wat tranen als zij zelfstandig een nuchter kalfje met melk moest voeden. “Ik had helemaal geen zelfvertrouwen om dat te kunnen. Maar het kwam gelukkig allemaal goed”, bevestigt de kordate tante. Dat gold ook om het land te bewerken, voor 80 honden te zorgen en vooral veel te koken, Wel ben ik flink geschrokken toen in de caravan - waar wij tijdelijk in woonden omdat de boerderij in 1974 was afgebrand - de vlam in de frietpan sloeg”.
“Ik heb een mooi leven gehad”
Dan komt toch echt de bruidegom aan het woord. “Als ik terugkijk, kan ik oprecht zeggen dat ik een mooi leven gehad heb en daar ben ik trots op. Dat komt ook door de periode dat ik van alles en nog wat smokkelde. Misschien klinkt dat vreemd voor de huidige jeugd, maar in die tijd was dat echt niet zo gek. Bovendien heb ik daarvoor nooit één dag in de bak gezeten. Overigens mag ik gerust zeggen dat ik altijd kei en keihard gewerkt heb, dat geresulteerd heeft in een gezond bedrijf zoals het er nu bijstaat. We hebben hier zelfs 502 paarden gestald, veel duiven, kippen en pauwen gehad. Graag wil ik ook laten weten dat ik veel plezier heb gehad in het hou den van wilde dieren. Zo heb ik jonge Poema’s, Cheeta’s, Kamelen en zelfs een Olifant gehad. Heel bijzonder is dat we hier ook Ezel-hardloop-wedstrijden gehouden hebben. Maar het mooiste is onze riante manege, groeps-accommodatie met B & B mogelijkheden.
En- we zijn natuurlijk erg gelukkig met onze zoon Jo en dochter Riëtte en erg trots met onze kleinkinderen Jeske en Jacco”.
