Hits van artiesten als Maan, Flemming, Metejoor en Pommelien Thijs zijn de muziek van nu: miljoenen keren gestreamd en overal meegezongen. Wat velen echter niet weten, is dat deze songs veel dichter bij huis worden geschreven en geproduceerd dan je denkt. Stefan van Leijsen (38) uit Dongen en Sasha Rangas (33) uit Goirle vormen samen The Companions en zijn sinds enkele maanden gevestigd in hun gloednieuwe studio in Rijen.

Ze staan niet met hun gezichten op de cover van albums en singles, maar zijn wel het brein achter vele hits van grote artiesten.

Door Fabiënne Lantinga

Zodra je de studio in Rijen binnenstapt, gebeurt er iets. Alsof je even uit de alledaagse realiteit stapt en in een andere wereld terechtkomt. Buiten is buiten. Hier draait alles om muziek, om creëren, om gevoel. Sasha Rangas en Stefan van Leijsen hebben van die plek duidelijk méér gemaakt dan alleen een studio.

Het voelt warm, doordacht, luxe en een tikje eigenwijs. Houten elementen, zachte verlichting, chesterfieldmeubels en Perzische tapijten: het heeft iets huiselijks, maar tegelijk is het clean en rustig. Het straalt focus en creativiteit uit. Een plek waar je wilt zijn.

De studio bestaat uit meerdere ruimtes. De trap naar boven komt uit bij een bar waar artiesten en schrijvers samenkomen, even kunnen hangen of ideeën kunnen uitwisselen. Daarnaast zijn er kleinere werkruimtes, maar het hart van deze studio zit beneden. Dit is ‘where the magic happens’. Een grote ruimte, zoals je die kent van televisie. Aan de ene kant van het glas de opnametafel met apparatuur, een grote zithoek met een grote bank, fauteuils en een lage tafel en een muur met platen van samenwerkende artiesten. Aan de andere kant: de booth, de plek waar artiesten hun vocals inzingen.

De studio is een omgeving die niet alleen is ingericht om te werken, maar vooral om te creëren. En precies daar ligt de kern van wat The Companions doen.

Samenwerking sinds de Rockacademie

De samenwerking tussen Van Leijsen en Rangas gaat terug naar 2013, toen ze elkaar leerden kennen op de Rockacademie. In een vak waarin studenten uit verschillende leerjaren en disciplines samenwerkten, ontstond al snel een gedeelde blik op muziek.

“Stefan zei toen tegen mij: volgens mij vinden we allebei popmuziek heel vet. Moeten we dat niet gewoon eens samen proberen?”, vertelt Sasha.

Wat begon als een losse sessie, groeide uit tot een samenwerking waarin steeds duidelijker werd dat ze samen iets konden maken wat ze afzonderlijk niet bereikten. Zoals Stefan het verwoordt: “Je probeert samen iets te maken wat je in je eentje niet kan.”

In de jaren daarna ontwikkelde die samenwerking zich tot een verfijnd proces, met een duidelijke rolverdeling maar één gedeeld fundament. Van Leijsen richt zich op productie en instrumentatie, Rangas op vocalproductie. Toch begint ieder nummer nog altijd samen, bij de basis. Sasha: “Schrijven doen we echt allebei. Als een artiest hier komt, dan zijn we allebei met het lied bezig en daarna gaat Stefan instrumentale productie doen en ik vocalproductie. Die rolverdeling hebben we nu zo gedaan en als je dat al tien jaar lang zo doet, dan word je daar steeds sneller en beter in.”

Vertrouwen op gevoel

In de studio draait het niet alleen om techniek of ervaring, maar vooral om gevoel. “We vertrouwen volledig op ons gevoel. We weten wanneer iets klopt en wanneer nog niet.” Dat gevoel delen ze tot op het punt waarop woorden overbodig worden. “Soms denkt de rest van het gezelschap: we hebben ’m. Maar dan kijken wij elkaar aan en weten we genoeg, zonder dat we het hoeven uit te leggen.” Pas wanneer dat gezamenlijke moment er is, laten ze het los. “Als iedereen voelt: dit is het, dan heb je waarschijnlijk echt iets bijzonders.”

Die lat ligt hoog en dat merken ook de artiesten met wie ze werken. Niet zelden zetten ze nog een stap extra, juist op momenten dat anderen al tevreden zijn. “We horen vaak dat we het beste uit een artiest proberen te halen. Niet alleen uit het liedje, maar ook uit henzelf.” Het is een manier van werken die tijd kost, maar ook vertrouwen oplevert.

Doorbraak met Maan

Dat vertrouwen kwam niet vanzelf. Hun doorbraak in 2019, met ’ze huilt maar ze lacht’ van Maan, voelt achteraf als een logisch kantelpunt, maar dat was het op dat moment allerminst. Toen ze de schrijfsessie verlieten, overheerste juist het tegenovergestelde gevoel. “We dachten echt: we hebben het verpest. We hebben een mooi liedje gemaakt, maar geen hit. Pas toen het nummer plotseling Alarmschijf werd en zich razendsnel begon te verspreiden, veranderde dat beeld. “Dat was onze eerste hit, onze eerste gouden plaat. Toen begon er in één keer iets te rollen.”

Die ervaring veranderde ook hun manier van kijken naar muziek. Niet langer proberen te sturen op wat een hit zou kunnen worden, maar durven vertrouwen op wat op dat moment goed voelt. “We hebben daar wel van geleerd dat het niet per se zin heeft om te gaan voor het liedje waarvan je dénkt dat het een hit is. Als iets gewoon mooi is en wij vinden het echt mooi, dan mag dat ook genoeg zijn.”

Veelzijdigheid als kracht

Die doorbraak viel samen met een bredere verschuiving in de muziekwereld. Nederlandstalige popmuziek zat al in de lift, maar kreeg tijdens corona een extra impuls. “Corona gooide echt olie op het vuur. Mensen bleven dichter bij huis en gingen meer waarderen wat hier werd gemaakt.”

Voor The Companions betekende het ook een onverwachte koerswijziging. Waar hun blik eerst meer op het buitenland was gericht, kwam de focus noodgedwongen sterker in Nederland te liggen. “Eigenlijk wilden we veel meer naar het buitenland, maar dat kon ineens niet meer. Toen dachten we: dan proberen we voorlopig Nederland wel.”

Achteraf gezien bleek dat een bepalend moment. Sindsdien groeiden ze uit tot vaste namen achter het werk van uiteenlopende artiesten, zonder ooit in één stijl vast te blijven zitten. Juist die veelzijdigheid zien ze als kracht.

Een voorbeeld daarvan ontstond tijdens een schrijfsessie met Hannah Mae, nog voordat haar succes echt doorbrak. “Toen konden we nog van alles maken. We zaten daar drie, vier dagen achter elkaar en schreven tot diep in de nacht. Alles leek te lukken. Daar zijn uiteindelijk nummers als Waterdicht en Ik wil dat je liegt uit gekomen. Dat ontstaat als je met iemand werkt met wie je een klik voelt en dezelfde visie hebt.”

Dat werken met nieuwe artiesten blijft hen inspireren. “Het inspireert om met iemand nieuws te werken met wie je een klik voelt en van wie je denkt: de visie die we hebben, die is interessant. Dat vinden we samen tof. Dat is het belangrijkste.”

Ze stonden meerdere keren aan het begin van de carrière van artiesten. “Daarmee willen we niet zeggen dat wij degene zijn die hen hebben gemaakt. Maar we hebben wel vaker meegemaakt dat iemand nog helemaal niet bekend was en uiteindelijk grote shows doet. Die weg daar naartoe, dat alleen al inspireert.”

Als een lied echt gaat leven

Toch heeft succes voor The Companions twee kanten. Aan de ene kant is er het meetbare succes van streams, awards en gouden platen. Aan de andere kant is er het moment waarop een lied loskomt van de studio en echt gaat leven. Juist daarom gaan ze ook mee naar optredens van artiesten met wie ze werken.

“Als je ziet dat vijftienduizend mensen een lied meezingen, dan is dat wel echt een bijzonder gevoel. Als we iets op de radio horen, denken we: vet, leuk. Maar dan zit je in je eentje in de auto. Als je ziet hoe mensen reageren, is dat veel directer en raakt het veel meer. Dan zie je echt: dit is de reden dat we dit zijn gaan doen.”

De echte bevestiging zit voor hen dus niet alleen in cijfers, maar in gevoel. Dat is ook terug te zien in hoe het duo naar prijzen en erkenning kijkt. “Die komen altijd achteraf. Dan ben je al lang bezig met het volgende”, zegt Stefan. Wat voor hen telt, is het moment van maken. “Dat je aan het eind van de dag iets hoort wat er ’s ochtends nog niet was. Dat blijft het mooiste”, sluit Sasha af.

De nieuwe studio is geen beginpunt, maar een volgende stap. Een plek waar nieuwe verhalen ontstaan, gebouwd op alles wat daarvoor al is geweest. En wat die plek mag brengen, weten ze zelf ook nog niet precies. Maar dat is misschien precies de bedoeling.