Toon van Gestel gepromoveerd
In 1965 werd in Vaticaanstad een concilieverklaring gepubliceerd met als titel ‘Gravissimum educationis’. Het gaat over de uitzonderlijk grote betekenis van de (christelijke) opvoeding in een mensenleven. Omdat het hier past, geef ik de eerste woorden van de Latijnse tekst: Gravissimum educationis momentum in vita hominis, te vertalen als: het allergrootste belang van de opvoeding in een mensenleven. Momentum: ogenblik, maar ook gewicht, betekenis, belang, waarde. Gravissimus is een superlatief, dus gravissimum momentum betekent: het zwaarste gewicht. In de Nederlandse vertaling lees ik het ietwat (te) zuinige: ‘de grote betekenis van opvoeding’. Over die tekst van zestig jaar geleden, alsmede over twee latere teksten (1998 en 2002) aangaande hetzelfde onderwerp, heeft oud-Goirlenaar Toon van Gestel een diepgravend, zeer geleerd – deze kwalificaties komen voor mijn rekening - proefschrift geschreven, en sinds 24 april mag hij zich doctor noemen. Hoe is het zo gekomen?
door: Norbert de Vries
Een kronkelige levensweg
Toon werd in 1951 geboren als zoon van vakbondsman, raadslid, enz., enz., Jo van Gestel. Hij woonde aan de Van Hogendorpstraat (later: -plein) en ging naar de Albertus Magnusschool. Toon zegt hierover: ‘Dat was toch wel een belangrijk gegeven. De schoolgrenzen lagen destijds heel scherp. Als ik toevallig aan de andere kant van de straat had gewoond, was ik naar de Thomasschool gegaan. En Thomas of Albertus Magnus, dat was een wereld van verschil. Bij de Thomasschool gingen verreweg de meeste leerlingen na het zesde leerjaar naar de ambachtsschool of direct de fabriek in, maar bij de Albertus Magnusschool stroomde een meerderheid door naar het middelbaar onderwijs. Zo ook ikzelf, al vonden ze thuis dat de MULO voorlopig wel voldoende was. Ik doorliep die school heel vlot, en ging door naar de MEAO. Maar ik wilde gaan studeren en deed daarom het VWO in de avonduren. Overdag werkte ik. Dat was bij ons thuis immers een ijzeren regel: handen uit de mouwen! Wat die studie betreft: ik had grote belangstelling voor filosofie, psychologie en theologie. Uiteindelijk koos ik voor theologie, mede omdat in die studie ook veel filosofie aan de orde kwam. Ik ben in het vijfde studiejaar gestopt, vooral omdat ik me steeds dringender afvroeg: wat moet ik er straks mee gaan doen? De koers werd verlegd: ik haalde snel mijn MO-acte Nederlands en solliciteerde bij de streekschool die toen net in ontwikkeling was, ‘in statu nascendi’ zogezegd. Dat was een mooie tijd: ik ontmoette er mijn latere vrouw (zíj was degene die me bij mijn sollicitatie aannam) en het was een school waar je veel vrijheid kreeg en waar een ontspannen sfeer heerste. Ik ben in totaal 35 jaar met veel genoegen werkzaam geweest in het onderwijs, bij diverse onderdelen van het overkoepelende ROC, binnen mijn specialismen ethiek, levensbeschouwing, en taal.’
Studie weer opgepakt
Na de alsnog afronding van zijn theologiestudie in 2013 kreeg Toon van Fred van Iersel (1954-2023; theoloog, bijzonder hoogleraar, algemeen secretaris van Pax Christi, aalmoezenier) de vraag: waarom dan promoveer je vervolgens niet bij mij? Dat leek Toon wel interessant. Als buitenpromovendus begon hij aan zijn promotietraject eind 2016 toen hij met pensioen ging. Hij wist nog niet dat het een traject zou worden van tien jaar. Toon: ‘Tien jaar bruto, acht jaar netto. In 2023 overleed mijn promotor en ik had op dat moment al een manuscript van meer dan 400 pagina’s liggen, een gestaag uitdijend heelal als het ware. Ik moest dus toch al stevig inperken. Via de faculteit vond ik een nieuwe promotor, en in overleg werd gekozen voor een linguïstisch-hermeneutische interpretatie.’
Oei, dat zijn meteen al een paar moeilijke begrippen.
Ik wil u, gewaardeerde lezer, geen barstende hoofdpijn bezorgen, en mezelf vrijwaren van de onmogelijke taak in een paar zinnen uiteen te zetten wat de strekking is van Toon’s studie. Geloof me: geen eenvoudige materie. Een tipje van de sluier, een glimp van de inhoud: (ik citeer uit de samenvatting) ‘De vraag die ik in dit onderzoek beantwoord, is hoe de respectievelijke tekst-interne auteurs met behulp van taalhandelingen – mede gebaseerd op de structuur en de semantiek van de tekst – de tekst-interne lezers van respectievelijk de concilieverklaring, de congregatieverklaring (1998) en de bisschoppelijke brief (2002) sturen. Taalhandelingen of speech-acts zijn performatieve taaluitingen, waarin een expliciete of impliciete opdracht voor de tekst-interne lezer is opgenomen, zoals een boodschap presenteren, een regel voorschrijven, een appel doen, een belofte maken of een verklaring geven. Met deze taalhandelingen poogt de tekst-interne auteur de tekst-interne lezer de inhoud van de tekst te communiceren.’
Groeiende behoefte
We praten over het onderwijs. Er zijn grote zorgen: de zwakke taalbeheersing; meer tijd en aandacht zijn nodig voor de basisvorming, zoals rekenen en taal, aardrijkskunde en geschiedenis. Ook burgerschapskunde en levensbeschouwelijke vorming moeten als basisvaardigheden worden opgenomen in het curriculum; de katholieke signatuur die bijna niets meer inhoudt en over de ontwikkelingen binnen de Nederlandse kerkprovincie. Toon heeft veel waardering voor de Bossche bisschop De Korte (1955). Na een periode van conservatisme (Gijsen c.s.) waait er nu een veel mildere, meer progressieve wind. Men staat weer open voor dialoog. En zo rolt het gesprek weer naar Gravissimum educationis. Toon: ‘Ik denk, dat de boodschap van die concilieverklaring uit 1965 nu pas echt in ons land is geland. We gaan na een periode van secularisatie inzien hoe belangrijk levensbeschouwelijke vorming is. Ik zie het ook in de praktijk. Ik merk dat er een groeiende behoefte is aan een geestelijk fundament.’
