Twee dinsdagochtenden per maand rijdt Frans Eijsermans rondjes op het parkeerterrein van het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg. Niet omdat hij vergeefs zoekt naar een plekje, maar om bezoekers van hun auto naar de entree te brengen. En als ze een beetje aardig zijn, ook weer terug. De Goirlenaar doet het vrijwilligerswerk al twaalf jaar en is voorlopig nog niet van plan om op de rem te trappen.

door Matthijs Lodewijks

Frans Eijsermans wordt op 12 augustus 77, maar kan makkelijk voor jaren jonger door. Hij draagt op de zonnige zomerochtend van het interview hippe sneakers, een modieuze spijkerbroek en een rode polo, met daaroverheen een hesje met ETZ-logo op de voorkant, dat verraadt dat hij vrijwilliger is. Bovenal heeft hij zijn beste humeur aangetrokken. Dat is een meer dan welkome eigenschap, want een bezoek aan het ziekenhuis is vaak allesbehalve feestelijk.

Niet iemand voor de geraniums

Frans is een rasechte Goirlenaar, geboren en getogen. In een vorig leven werkte hij bijna een halve eeuw voor ‘De Puij’, zoals hij het zelf noemt, de HAVEP dus. “Ik werkte achtenveertig jaar op de technische dienst. In 2014 ging ik met pensioen. Maar ik merkte al snel dat achter de geraniums zitten niks voor mij was. Mijn vrouw Ans zag in 2014 een artikel in het Stadsnieuws over de toen nieuwe Parkeertaxi. ‘Is dat niet iets voor jou?’, vroeg ze. Nou, dat was zéker wel iets voor mij.”

Na een niet al te zware sollicitatieprocedure kon Frans snel beginnen. En dus rijdt hij sinds januari 2015 zijn rondjes in de shuttle. In de oneven weken op dinsdagochtend tussen acht en elf uur is hij de chauffeur van dienst, in een team van drieëntwintig vrijwillige bestuurders.

Geen aanvaringen

Met zijn stuurmanskunsten is niets mis, blijkt tijdens een rondje in ‘zijn’ shuttle over het terrein. Behendig manoeuvreert hij de vierwieler met zes zitplaatsen langs de geparkeerde auto’s. “Ik rijd altijd in het midden van de weg, om wat afstand te houden. Mensen die hier aankomen of weggaan, zijn vaak in gedachten ergens anders en letten niet altijd even goed op.” Die tactiek werkt. In alle jaren heeft Frans nog nooit een schadeformulier hoeven in te vullen.

Na twaalf jaar achter het stuur heeft Frans geen Google Maps nodig om bezoekers op de plaats van bestemming te krijgen. Hij kent de weg van A tot Z: van auto tot ziekenhuis – en vice versa. Een vervoersbewijs om in te mogen stappen, hoeft niet. “Een ritje in de shuttle is een van de weinige dingen hier waar je niets voor hoeft te betalen”, lacht hij. “Het is gewoon service. Soms willen mensen een fooi geven, maar die nemen we niet aan. Al gooide een passagier een keer een munt van twee euro naar me. Die heb ik maar niet teruggegooid.”

De toeristische route

De kwieke zeventiger is opgewekt, maar in de shuttle is ook veel verdriet. “Ik breng mensen naar hun auto die net een slechtnieuwsgesprek hebben gehad. Bijvoorbeeld mensen die net gehoord hebben dat ze nog maar kort te leven hebben. Meestal zie ik dat al aan hun lichaamstaal. Sommige mensen verwerken dat in stilte, maar vaak praten ze erover met me. Soms rijd ik een stukje om zodat ze hun verhaal kunnen afmaken. Dan neem ik de Route Nationale”, legt Frans op zijn Frans uit, verwijzend naar de wat langere toeristische route in het land van de wijn en croissants.

Vaste klanten en vraagtekens

Zo nu en dan stapt een vaste klant aan boord bij Frans. “Ik heb weleens mensen die herhaaldelijk in het ziekenhuis moeten zijn, bijvoorbeeld voor behandelingen. Daar bouw je dan best een band mee op. En ja, dan merk je ook dat ze ineens níét meer instappen. Dan heb ik wel vraagtekens in mijn hoofd: wat zou er aan de hand zijn? Vaak kun je het wel raden.”

Kinderen krijgen van Frans een speciale behandeling. “Ik zie hier ook kinderen die duidelijk ziek zijn naar binnen gaan of naar buiten komen. Als ze willen, mogen ze van mij het stuur vasthouden. Dan hoop ik dat ze heel even vergeten waarvoor ze naar het ziekenhuis moeten.”

Voldoening

Zijn rittenadministratie heeft hij goed op orde. Zo weet hij precies dat hij in 2016 en 2017 gemiddeld ruim tweeduizend passagiers vervoerde. “Daarna zijn we gestopt met turven. Tot corona had ik op een ochtend zo’n honderd mensen aan boord. Daarna is het wel flink afgenomen. Mensen houden sindsdien toch meer afstand. En misschien willen ze ook wat zelfstandiger zijn.”

In 2027 hoopt Frans zijn 12,5-jarig jubileum als ETZ-vrijwilliger te vieren. “Ik vind het prachtig werk om te doen. Je helpt er mensen mee en ik krijg daar voldoening van. En het is natuurlijk ook goed voor het ziekenhuis, deze service. Door faciliteiten zoals deze shuttledienst hebben we een extra ster gekregen op het gebied van patiëntwaardering. Ik zou niet weten hoe we nóg hoger kunnen scoren. Misschien als er een zwembad komt.”