In zijn jongere jaren speelde Björn van der Doelen in het PSV-shirt voor tienduizenden fanatieke fans. Tegenwoordig vertoont hij zijn kunsten met enige regelmaat voor iets minder bezoekers. Niet met een bal aan zijn voeten, maar met een gitaar in zijn handen en microfoon voor zijn mond. Het is deze zomer vijftig jaar geleden dat Björn in Goirle geboren werd. Tijd om hem eens op te zoeken.
door Matthijs Lodewijks
Met een sticker op zijn voordeur in de Eindhovense wijk Oud-Stratum maakt Björn duidelijk wie er wél, en wie er mínder welkom zijn. Tot de laatste categorie behoren mensen die iets willen verkopen, of een goed gesprek over het geloof op prijs stellen. Vrienden en bekenden zijn wél welkom, staat op een handgeschreven briefje daaronder. ‘Ge wit zelluf wel of ge da bent’. In het Brabants dus.
Dat Brabantse is het kenmerk geworden van Björn. Mocht de provincie nog eens een geschikte vertegenwoordiger zoeken, dan lijkt hij zeker geschikt. Hij is toegankelijk, stoer, nuchter - tenminste tijdens het interview - en ook trots. Zeker als het over Brabant gaat. Hij praat in klare taal, zegt waar het op staat en maakt dingen niet mooier dan ze zijn. Niet de typische persoon die je op LinkedIn of netwerkborrels vindt, om maar een vergelijking te maken.
Björn in De Bocht
Je vindt hem wél op Wikipedia, met een eigen pagina. Daar staat dat hij op 24 augustus 1976 is geboren in Goirle. Niet alles wat op internet staat is per definitie waar, maar Björn bevestigt dat dit klopt. Om er meteen aan toe te voegen dat hij niet heel veel herinneringen aan zijn geboortegemeente heeft. “Ik ben geboren in De Bocht, maar ik heb nooit in Goirle gewoond. Ons gezin - mijn ouders, zus Daniëlle en ik - woonde toen in Tilburg. Mijn pa en ma hadden een Jamin-snoepwinkeltje in het centrum. Maar ook daar weet ik niet heel veel van. Op jonge leeftijd verhuisden we naar Hintham, vlak bij Rosmalen. Mijn ouders wonen daar nog steeds.”
Björn woont sinds 1998 in Eindhoven met Ellen, die hij afwisselend ‘ons El’ en ‘mijn meiske’ noemt. “We zijn al ruim dertig jaar samen. We ontmoetten elkaar begin jaren negentig, toen ik op het PSV-internaat in Geldrop belandde en in Eindhoven naar school ging. Bij de tekenles zat ik bij Ellen in de klas en ik vond haar wel leuk. Alleen durfde ik toen nog niks tegen haar te zeggen.”
Elk jaar naar zaal 4 van de Eurocinema
Wat later, toen Björn haar op Stratumseind in Eindhoven tegenkwam, durfde hij dat wél. Ze spraken af om naar de film te gaan. “Dat was ‘In the line of fire’, met Clint Eastwood. Op 16 oktober 1993, zaal 4 van de Eurocinema.” Hij wijst naar het ingelijste bioscoopkaartje op de wand achter hem. “Die avond gebeurde er nog niks, hoor. Pas op nieuwjaarsdag van 1995 kregen we iets.” Omdat een deel van de basis in de bioscoop werd gelegd, maken Björn en Ellen daar een terugkerende date night van. “Ieder jaar gaan we op 16 oktober naar de film die in zaal 4 van Eurocinema draait, welke het ook is. Nou, ik kan je vertellen dat daar heel wat slechte films gedraaid worden.”
Björn - die zo nu en dan opduikt op Omroep Brabant, maar soms ook als babs mensen trouwt - zit duidelijk op zijn praatstoel in het stoer ingerichte huis waar hij met Ellen en kinderen Teun (19), Kootje (18) en Klaas (17) woont. Hij draagt een korte broek en een hemd, lacht veel en oogt relaxed als een surfer op Hawaii. Björn is het type man dat je in bierreclames zou kunnen zien. Vleestang in de ene hand, blikje in de andere, en dan rijkelijk met mooie verhalen strooiend op een buurtbarbecue, gehuld in een houthakkersblouse.
Herinneringen aan PSV
Ook zonder barbecuevuurtje deelt hij gelukkig verhalen. Bijvoorbeeld over zijn tijd bij PSV, vooral in de tweede helft van de jaren negentig. “Ik heb echt wel mooie herinneringen aan die tijd. Aan de kampioenschappen, of de gewonnen bekerfinale in 1996 toen ik als invaller zelfs nog de 5-2 scoorde tegen Sparta. Of aan ons duel met het destijds machtige Manchester United in 2000.” De bezoekers hadden toen onder meer David Beckham, Roy Keane, Ryan Giggs en Paul Scholes in het team. Maar PSV had Björn van der Doelen in de equipe, en won met 3-1.
Toch mist hij niet alles van het voetbal. “We moesten altijd overal rekening mee houden. Er was een heel circus om het voetbal heen, met bobo’s en zo. Nu is dat alleen maar erger geworden. Er zijn allemaal sites die dan weer gevuld moeten worden met berichten, en het wordt steeds commerciëler. Ik denk niet dat ik in deze tijd nog heel gelukkig zou worden als profvoetballer.” Maar hij volgt het soms nog wel. “Ik maak de podcast ‘Skiete Willy’ met een VI-journalist. Dat doen we hier thuis aan de keukentafel, dan hoef ik ook niet weg. Ik volg PSV daarvoor een beetje en dat vind ik leuk om te doen.” Of hij het WK voetbal gaat volgen? “Ik denk dat ik de wedstrijden van Oranje wel met Teun ga kijken. De rest hier in huis geeft er niet zo veel om.”
Rauwe emoties in het Brabants
Sinds zijn voetbalpensioen heeft hij meer met muziek. Als luisteraar, maar ook als artiest. Hij heeft intussen zeven albums op zijn naam staan. Muziek die je goed kunt omschrijven als verhalende americana met een rauw randje, in het Brabants. “Ik heb in het begin van mijn muziekloopbaan wat liedjes in het Engels geschreven en gezongen, maar dat was het niet echt. Daarvoor is mijn Engels niet goed genoeg, en dan komen de pure emoties en nuances ook niet zo goed over. In mijn eigen taal voelt dat veel natuurlijker.”
Misschien wel het meest persoonlijke nummer van de artiest is ‘Kootje’, vernoemd naar zijn zoon. In het stuk vertelt hij, met zachte, vaderlijke stem, over hoe ze samen in de auto zitten na een optreden. Over hoe Björn zijn zoon liedjes laat luisteren die hem raken, zoals ‘Thunder road’ van Bruce Springsteen. Over hoe dat nummer Kootje ontroerde, toen hij in bed hoorde dat zijn vader ernaar luisterde. Mocht je deze zomer eens kennis willen maken met het oeuvre van Björn, zittend in de tuin terwijl de zon langzaam zakt, dan is dit een goede suggestie. Een opwellend traantje is niet gegarandeerd, maar de kans daarop is zeker wel aanwezig.
‘Als ik kon zingen als Freddie Mercury, had ik stadions gevuld’
Zijn teksten gaan over alledaagse dingen, zoals vriendschap, liefde, spijt, Brabant, verwaterde vriendschappen, ouders en ouder worden. Björns nummers zijn persoonlijk, klein, menselijk en zonder filter. In het geval van zijn chanson ‘Caballero zonder filter’ zelfs letterlijk. Het is ingetogen, soms stemmige praatzang. “Dat past ook het beste bij mijn stem. Onze Klaas vroeg weleens: ‘Als je kon zingen als Freddie Mercury, had je dan dezelfde muziek gemaakt als je nu doet?’ Nee, dat weet ik wel zeker van niet. Dan had ik stadions gevuld.” Nu doet hij het met kleinere zalen. “Dat is ook hartstikke mooi. Je kunt de mensen in het publiek echt aankijken.”
Niet heel verrassend, maar muziek is voor Björn een eerste levensbehoefte. “Ik probeer elke dag mijn gitaar wel even te pakken. En ik luister het ook veel. Sinds een jaar of vijftien heb ik een platenspeler. . Je luistert op die manier veel bewuster naar muziek dan op Spotify. En nu ik ouder word, kan ik ook steeds meer oude muziek waarderen. Weet je, er is zó veel mooie muziek gemaakt, dat ik maar moeilijk begrijpen dat er zo veel k*tmuziek gedraaid wordt op de radio”, zegt hij, ongecensureerd.
Terug in Goirle
Heel soms komt Björn nog in zijn geboortedorp, Goirle dus. “Ik treed soms op in het Jan van Besouw.” Op 2 december staat hij daar trouwens weer, met de BUS Whisky Theatershow. “Ik kom er graag, het is een fijn theater. Ook de kapel is mooi!” En in het centrum heb je een Zirbewinkel. Zirbe is een houtsoort van bomen die alleen boven een bepaalde hoogte groeien. Het is goed voor de gezondheid en het ruikt heel lekker. En in de winkel werkt een erg aardig vrouwke. Da’s ook belangrijk.”
