In het jaar dat Harrie van den Boer zijn eerste brandjes bluste, bracht Queen ‘Bohemian Rhapsody’ uit. Johan Cruijff voetbalde in Barcelona de sterren van de Catalaanse hemel en de musical ‘Soldaat van Oranje’ was nog niet eens in première gegaan. Afgelopen zondag, 1 juni, was de inwoner van Riel precies vijftig jaar in dienst van de vrijwillige brandweer. We zochten hem op om te praten over katten in de boom, het redden van levens en de perfecte een-tweetjes met zijn vrouw Annelies wanneer ’s nachts de pieper gaat.
door Matthijs Lodewijks
Dat de brandweer een grote rol in het leven van Harrie van den Boer (68) speelt, blijkt al tijdens het bestuderen van de gevel van zijn huis. Naast het huisnummerbord hangt een koperen schildje met daarop een brandweerhelm. En eenmaal binnen aan de eettafel, pratend over de brandweer, wordt snel duidelijk dat het heilige vuur in Harrie nog volop brandt.
Hoe het vuurtje ontbrandde
Harries leven begon op 6 september 1956 in Riel, het dorp dat hij nooit verliet. “Ik groeide op tegenover het Dorpsplein, waar toen nog de kazerne was. Mijn vader had een agrarisch bedrijf en was na zijn werk actief bij de vrijwillige brandweer. Wanneer hij en zijn collega’s moesten uitrukken, stond ik altijd voor het raam of op het plein te kijken. Ik vond het allemaal hartstikke spannend, ben natuurlijk ook wel een beetje opgegroeid met de brandweer. Ik weet nog wel dat ik soms met mijn pa mee mocht naar brandweerwedstrijden. Dat vond ik schitterend.”
Pa Van den Boer stopte met blussen toen hij 55 was. Een opvolger was snel gevonden: zoon Harrie. “Op 1 juni 1975 begon ik, als menneke van zeventien. Mijn eerste brand weet ik nog goed. Ik was net thuis van mijn werk als loodgieter en de sirene ging: er was brand bij een bedrijf in Goirle. Ik klom op het dak en bluste volop mee.” Het scheelde niet veel of de commandant spoot de Rielse tiener met de slang naar beneden. “Ik was nog maar aspirant en mocht nog helemaal niet op het dak blussen. Maar ja, daar dacht ik even niet aan, in het heetst van de strijd.” Al snel haalde Harrie zijn papieren en was hij volwaardig brandweervrijwilliger. Hij had talent.
Teamwork met echtgenote Annelies
Intussen meldt echtgenote Annelies zich met een fotoalbum. “Kijk hier”, zegt ze, “onze huwelijksdag. “We trouwden en reden met de brandweerauto. Dat geeft wel aan hoe fanatiek Harrie toen al met de brandweer bezig was. Ja, het is ook een onderdeel van mijn leven geworden. Dat moet ook wel, vind ik, als je partner van een brandweerman of -vrouw bent.” Harrie knikt bevestigend. “Annelies steunt me heel erg. Als ’s nachts mijn pieper gaat, is ze net zo snel uit bed als ik. Ze geeft me mijn autosleutels en zorgt dat ik vrije doorgang heb tot de deur.” Annelies: “Gaat de pager af, dan staan we allebei meteen op scherp.”
Brandweerlieden doen veel meer dan vuren doven, dat is algemeen bekend. En ja: ook katten uit de boom halen. “Dat hebben we vaak gedaan”, bekent Harrie. “Meestal niet met een ladder, trouwens. Meestal komt een kat vanzelf naar beneden als je de hond onder de boom wegjaagt.” Lukt dat niet, bijvoorbeeld omdat er nooit een hond in het spel was, dan zijn er nog andere manieren. “Een waterstraal wil ook vaak helpen. Maar wel verantwoord, hoor; we waken altijd voor de veiligheid van mens en dier.”
Levens gered
Harrie en zijn teamgenoten hebben ook heftige dingen meegemaakt. “Ik weet nog dat er een keer met carnaval een jonge vrouw met haar auto tegen een boom was gebotst. Het zag er heel slecht uit en we wisten: alleen als we haar snel kunnen bevrijden, maakt ze kans om het te overleven. We hadden de auto gauw open en de ambulance was er vlug om haar naar het ziekenhuis te brengen. En dan moet je afwachten en hopen dat ze het redt. Gelukkig haalde ze het. Eenmaal hersteld kwam ze met haar vader naar de kazerne. Ze wilden ons bedanken voor het redden van haar leven. Ja, dat was een emotioneel moment. Zoiets vergeet je nooit meer.”
Hij vervolgt: “Zulke gebeurtenissen hebben we meerdere malen meegemaakt. We hebben ons vaak naar de plek van een ongeluk moeten spoeden om slachtoffers uit een auto te halen. Op dat moment werk je met je ploeg als een geoliede machine; iedereen weet precies wat-ie moet doen. Pas later, als de adrenaline weg is, komt vaak het besef. We praten na zo’n gebeurtenis altijd met de groep, dat is ook een manier om het te verwerken. En thuis vertel ik Annelies ook wat ik heb meegemaakt. Ik probeer het werk niet te veel mee naar huis te nemen, maar dat lukt niet altijd. Brandweermensen zijn ook maar mensen.”
Brandweerman in hart en nieren
Harrie had wel iets met de post. Lange tijd werkte hij als bezorger bij de PTT, later PostNL. En bijna de helft van zijn brandweerloopbaan was Harrie postcommandant Riel. Dat stokje is sinds september 2017 in handen van Frank Schuite, die vol lof over zijn voorganger is. “Harrie is gedreven en een brandweerman in hart en nieren. Niets is hem te veel. Hij staat altijd klaar voor de brandweer. Hij is een gezelschapsmens, kleine agrariër en trots op zijn kinderen, kleinkinderen en niet te vergeten zijn Franse Blonde D'Aquitaine-runderen die in zijn achtertuin rondlopen. En wij, als ploeggenoten, zijn trots op Harrie.”
Nog niet klaar
Harrie werd afgelopen zondagochtend uitgebreid in het zonnetje gezet door zijn brandweercollega’s. En zelfs burgemeester Mark van Stappershoef was uitgerukt om de jubilaris te eren. De Rielenaar is intussen veruit de oudste van zijn ploeg en nadert de zeventig, maar gaat nog steeds als de brandweer en oogt nog buitengewoon scherp en fit. “Ik sport twee keer per week om in vorm te blijven. Dat doe ik voor mezelf, maar ook voor de brandweer. Mede daardoor kom ik elk jaar door de medische keuring en conditietest. Maar ik weet ook dat het een keer ophoudt. Wanneer dat is? Dat durf ik niet te zeggen. Maar zolang ik het kan, sta ik klaar om te handelen wanneer deze pieper gaat. Dag en nacht.”
