Henri de Kok uit Goirle had een missie. In de eerste zomer van zijn pensioen bezocht hij een vluchtelingenkamp in Kenia, en hij wilde de mensen daar helpen. Hoe anders zou het lopen. Volkomen onverwacht overleed hij op donderdag 3 september, op 67-jarige leeftijd. Maar zijn verhaal verdient het om verteld te worden.

door Matthijs Lodewijks

Het was al een eindje in augustus toen Karin van Wezel uit Goirle contact zocht met de redactie van het Goirles Belang. Want haar echtgenoot, Henri de Kok, wilde graag vertellen over een liefdadigheidsproject waarvoor hij recent in Kenia was. Daar wilde hij aandacht voor, en in het verlengde daarvan hoopte hij geld op te halen om het project te laten slagen.

Henri en ik spraken op dinsdagochtend 1 september af in het Jan van Besouw. Het was er rustig en er waren geen fanatieke bridgers, wat voor een rustig gesprek wel fijn is. We zaten aan de lange tafel tegenover de bar, want die was vrij. Al die ruimte was handig, want Henri had een hoop fotoboeken en paperassen meegenomen om zijn verhaal te ondersteunen. Daar bladerde hij fanatiek in. “Kijk, zó zag het eruit!”

Henri’s missie in Kenia

Het verhaal van Henri had alles te maken met zijn missie in Kenia, afgelopen juli. Henri, sinds vorig jaar gepensioneerd, was daar als vrijwilliger voor PUM, een organisatie die ervaren professionals uit Nederland inzet om ondernemers en organisaties in ontwikkelingslanden te adviseren. Hij zou er een project gaan doen in Nairobi, maar vlak voor vertrek kwam er nog een tweede aanvraag bij, ook in Kenia. Prima, dacht Henri, die pak ik er wel bij, ik ben er toch.

Het tweede had de meeste indruk op hem gemaakt. Daarvoor was hij vanuit Nairobi naar Kakuma gereisd, zo’n achthonderd kilometer noordelijker. De plaats is vooral bekend vanwege het enorme vluchtelingenkamp dat er sinds 1992 ligt. Honderdduizenden mensen wonen er, onder wie veel kwetsbare gezinnen.

In Kakuma staat een productieplant waar keramische kooktoestellen worden gemaakt. Simpele ovens – stoves geheten – waarin je met houtskool kunt koken, maar waarvoor veel minder houtskool nodig is dan voor de toestellen die de meeste mensen er gebruiken. Met wat fantasie kun je ze wel vergelijken met een kamado, de populaire eivormige barbecue. “Het is een beetje de voorloper van de Big Green Egg”, zei Henri. “Je hebt er veel minder houtskool voor nodig, omdat ze zo efficiënt zijn.”

Een technisch detail met gigantische gevolgen

Dat laatste klinkt misschien als een technisch detail, als een marketingkreet. Maar er zit veel meer achter, maakte Henri duidelijk. “Met de stove heb je bijna de helft minder hout nodig. Dat heeft gevolgen voor de illegale kap van bomen, maar het gaat veel verder. Het hout om mee te stoken wordt vooral verzameld door meisjes en vrouwen Daardoor hebben meisjes zeventig procent meer tijd om naar school te gaan. Ze hebben zo twee uur per dag meer tijd om geld te verdienen, waardoor ze zich een gezonder leven kunnen veroorloven. En doordat ze minder naar bosrijke gebieden moeten, vinden er veel minder aanrandingen, verkrachtingen en slangenbeten plaats. Het drukt de medische kosten enorm. Kortom: de impact op de maatschappij is ongelofelijk.”

Henri concludeerde ook dat er te weinig stoves worden gemaakt om ervoor te zorgen dat iedereen in het kamp er een heeft. “En dat is een slechte zaak, want het zijn echt goede dingen. Met zo’n stove heb je namelijk nauwelijks rookontwikkeling, in tegenstelling tot de huidige kooktoestellen die de meeste mensen nu gebruiken. De gevolgen voor je luchtwegen en ogen zijn gigantisch.”

Minder hout, meer tijd en een veiliger leven

De Goirlenaar gunde iedereen in het kamp een stove. Maar daarvoor moest de productie wel flink opgeschaald worden. “Er worden er nu zo’n vierhonderd per maand geproduceerd”, zei hij in het gesprek. “Om de productie op te kunnen schalen naar vierduizend per maand, is ongeveer 24.000 euro nodig. 10.000 euro voor een beter gebouw. De pilaren van de faciliteit zijn van hout en worden voortdurend weggevreten door termieten. En 14.000 euro gaat naar beter gereedschap. De kennis om te kunnen opschalen, heb ik al overgebracht. Met 24.000 euro moet het mogelijk zijn om deze verbetering met enorme positieve gevolgen van de grond te krijgen. En helaas is de financiële steun vanuit de VS stilgezet door Trump. Nou, dan proberen wij dat gat maar in te duiken.”

Goirles geld om op te schalen

Hij vertelde over zijn grote wens: dit project als Goirlese gemeenschap financieren. “Je praat over één euro per Goirlenaar. Dat Goirle vrijgevig is, hebben we na de brand bij Koffiebakkers gezien en dat was fantastisch. Nu is Koffiebakkers natuurlijk iets dichterbij dan Kakuma en is de binding van de mensen logischerwijs minder. Toch geloof ik dat we dit kunnen, met donaties van particulieren of bedrijven. Met een relatief laag bedrag kunnen we honderdduizenden kwetsbare mensen een betere, veiligere en gezondere toekomst geven.”

Hij hoopte dan ook dat Goirle in actie komt. “Ik hoop zó dat dit lukt. Dat we als Goirle een soort stedenband met Kakuma krijgen. We hadden zo’n band met Krasnogorsk in Rusland, maar die is verbroken en ik geloof ook niet echt dat je op dit moment een stedenband met een Russische stad wilt.”

Vol vuur

Henri vertelde over zijn belevenissen vol vuur, wat ook wel past bij de aard van dit project. Hij bladerde trots door de fotoboeken en wees op een geprint kaartje van Afrika aan waar hij precies geweest is. Hij deelde zijn mailadres voor publicatie, zodat mensen die wilden doneren contact op konden nemen. Want een website was er nog niet. Hij vertelde ook over plannen om contact te leggen met Fontys, want misschien zat hier wel een mooi studentenproject in. Maar dat moest allemaal nog van de grond komen. Hij wilde daar liever niet op wachten. Hij wilde snel beginnen met inzamelen. Des te eerder kon er meer geproduceerd worden. De rest kwam later wel.

Na het gesprek was Henri zichtbaar opgetogen. Hij was blij dat hij zijn verhaal kon vertellen, en met de toegezegde aandacht voor zijn missie. Hij had het er zichtbaar warm van gekregen, maar op de eerste dag van september was het ook best warm. Na het gesprek gaf hij me zelfs twee keer een hand, en bedankte me voor mijn tijd en aandacht. Ik had geen idee dat onze eerste ontmoeting ook meteen onze laatste was.

Het noodlot sloeg toe

Thuisgekomen vertelde hij Karin over het gesprek en dat hij zo blij was dat zijn verhaal aandacht kreeg. Hij ging naar boven. Daar werd hij onwel. Karin liet direct een ambulance komen, die snel ter plaatse was. Ze hield lang hoop dat het wel goed zou komen met Henri, die wel tegen een stootje kon. Dat hij wel weer zou opkrabbelen.

Henri zou deze keer niet meer opstaan, dat werd steeds duidelijker, wat de artsen ook probeerden. Zijn hersenen hadden te veel schade opgelopen, dat was onomkeerbaar. Omdat hij organen wilde doneren, bleef zijn lichaam nog tot 3 september aan de apparatuur. Daarna werd de kunstmatige ondersteuning beëindigd. Omringd door zijn geliefden overleed Henri.

Zijn missie kan nog slagen

Het is moeilijk te bevatten dat iemand die het ene moment nog vól levenslust en kracht vertelt over iets waar hij heilig in gelooft, er een dag later niet meer is. Maar zijn missie is nog steeds springlevend. En wat zou het mooi zijn om, zoals Henri zo graag wilde, het geld bij elkaar te krijgen voor de mensen in Kakuma.

De familie van Henri heeft een crowdfundingspagina geopend.

De link is

https://www.gofundme.com/f/stoves-for-kakuma

Daar kan iedereen die dat wil een donatie doen. Elke euro gaat naar het project in Kenia, verzekert Karin. Ik hoop dat het gaat lukken om het geld bij elkaar te krijgen, ook al is Henri er zelf niet meer. Als een eerbetoon aan een man die echt iets wilde betekenen voor kwetsbare anderen.

De familie neemt deze week in besloten kring afscheid van Henri.