Op bezoek bij Henk Eikenaar

Het begon met een berichtje in de krant over twee broers, Steven (90) en Rudi (85) Oomen, die stoppen bij de Schola Cantorum in Oosterhout. Samen opgeteld waren ze 138 jaar lid. In het artikel komt terloops de Muurpartituur van Henk Eikenaar ter sprake. Mijn hart maakt een vreugdesprongetje, want die muur is schoonheid, poëzie, muziek. Ik houd van die muur en ik bewonder de bedenker ervan hogelijk. Ja, de hoogste tijd om over Henk te schrijven in het Goirles Belang.

door: Norbert de Vries

De la musique avant toute chose

Eerst muziek! Het mooiste plasgedicht uit de Nederlandse literatuur staat op naam van Pierre Kemp: Welk een muziek gaat van de mens toch uit!

Die Schola Cantorum in Oosterhout is een Gregoriaans koor dat zich ten doel stelt het authentieke Gregoriaans als kostbaar cultureel erfgoed te bestuderen, te bewaren en te propageren. Welk een voortreffelijke en sympathieke doelstelling! De kerken lopen leeg en het kerkgezang verstomt. Ja, ook in Goirle hadden we ooit een voortreffelijk Gregoriaans koor. Jan Mes, Luc van Hoek en anderen (wier namen ik helaas niet ken) zongen er de stemmige muziek. Voor de jongere generaties die op het vlak van religie veelal van toeten noch blazen weten: Gregoriaanse muziek is eenstemmige, liturgische zang uit de Katholieke Kerk, genoemd naar paus Gregorius I, en gekenmerkt door a capella uitvoering (dat wil zeggen: zonder instrumentale begeleiding), vrije ritmes en kerktoonsoorten. Wie die zang wil horen, spoede zich naar Oosterhout.

Mijmeren op de fiets

Op weg naar Riel, naar het Zandeind, naar Henk Eikenaar. Ik mijmer. Hoe woorden, klanken en kleuren door een kunstenaar kunnen worden ‘opgetild’ tot poëzie, muziek, schilderijen. In plaats van optillen kun je het ook bezielen noemen. Wat me meteen bij Bilderdijk brengt die dichtte:

‘De ziel is ’t die de taal doet stroomen uit de borst,

Zij vormt ook de uwe, o gij, die luit of maalstok torscht.’

Een tamelijk lelijke rijmdwang (borst-torst), maar alla. De gedachte is duidelijk: alle kunst is een kwestie van bezieling, van poëzie. Ik las dat ook in De Gids (jaargang 38, 1874), in een artikel van F.A. van der Meulen (een intussen volkomen vergeten schilder), ‘De maatstaf der kunst’, waarin gesteld wordt: ‘De schoone kunsten zijn verschillende vormen van poëzie, de onderscheiden wijzen, waarop het dichterlijk gemoed zich uit.’ In een ander artikel, uit 1893, schrijft hij, dat de schilderkunst een zelfstandige vorm is van poëzie en dat ‘voor wie hare taal verstaat er een wereld van kleuren en lijnen is, zoo goed als voor den musikus een wereld van tonen.’ Tot zover mijn mijmering; ik stap van mijn fiets af en bel aan.

Een uitzonderlijke kunstenaar

Wat heeft Henk Eikenaar (binnenkort wordt hij 81) toch een grote hoeveelheid prachtige doeken geschilderd! De dichter Bloem schreef: ‘Is dit genoeg, een stuk of wat gedichten, Voor de rechtvaardiging van een bestaan...’? Dat ‘stuk of wat’ kan worden gepreciseerd: hij schreef in totaal 160 gedichten. J.C. Bloem (1887-1966) was een wonderlijke figuur die door zijn legendarische luiheid altijd in de grootste problemen zat. En wanneer hij toch eens een stap vooruit dacht te zetten, bleek dat steevast een achteruitgang. Bloem was zich bij alles wat hij deed – en dus vooral niet deed – bewust van de zinloosheid van onze daadkracht, waarbij het duister van de dood elke dag dichterbij komt. Enfin, Henk Eikenaar is, anders dan Jacques Bloem, hoogst productief. Zijn bestaan lijkt me intussen gemakkelijk honderdvoudig gerechtvaardigd. Ik las ergens, dat hij wel 4000 schilderijen gemaakt heeft. ‘Nou, dat weet ik niet precies’, zegt Henk, ‘maar ergens tussen de 3000 en 4000 zal het wel liggen. Het is een kwestie van ritme en discipline. Gewoon elke dag naar je atelier gaan, en voor je doek plaatsnemen.’ Hij zet muziek op en begint de werkdag meestal met poëzie. Garcia Lorca (1898-1936, op 18 augustus vermoord tijdens de Spaanse Burgeroorlog) is een belangrijke inspiratiebron. Henk vertelt hoe de gedichten van Lorca bijna negentig jaar na zijn dood nog springlevend zijn. ‘Zelfs in de meest afgelegen dorpjes op het Spaanse platteland ontmoet je mensen die zó uit het hoofd zijn gedichten declameren.’ Zijn er nog andere dichters te noemen die hem inspireren? Hij noemt Hans Lodeizen en Walt Whitman (‘Leaves of grass’). We mogen vaststellen, dat de poëzie belangrijk is voor het werk van Henk. Hij zegt het zelf (‘Er zijn duidelijke raakvlakken tussen de poëzie en mijn schilderijen.’) en het wordt opgemerkt door tal van recensenten: ‘Zijn schilderijen hebben een poëtische inslag’, en ‘Als een lyrische expressionist geeft Eikenaar het linnen een dichterlijke lading’. Overigens, alle recensenten zijn unaniem van oordeel, dat Henks werk van uitzonderlijk hoge kwaliteit is.

De muurpartituur

Op de plek van voormalige openluchtzwembad aan de Friezenlaan in Tilburg werden eind jaren negentig 150 koopwoningen gebouwd. Er moest een geluidsmuur komen tussen de huizen en de drukke Baroniebaan. Een muur tussen de aanwezige bomen langs, 300 meter lang en 3 meter hoog. Of Henk daar eens over na wilde denken. Henk dacht, en zie hier hoe de scheppingskracht een zakelijke, rechttoe-rechtaan muur opheft tot een fascinerend kunstwerk. Henk: ‘Muur associeer je met hard, weerbarstig, maar ook beschuttend. Door de muur golvend te maken, verdwijnt dat harde karakter. Het gegeven ‘geluidsmuur’ zette me op het spoor van de muziek. Ik kwam in een klein boekje, dat bij toeval in mijn bezit kwam, een fragment tegen van een middeleeuws lied in de ‘neumen’-notatie. Geen notenbalk en noten dus, maar van die blokjes, neumen, die de melodiegang bij een gezongen lettergreep aanduiden. Dat werd het dus: die ‘blokjes’ bij die tekst: Differamus hoc ad alium diem, in horto ubi aves canunt. Amen. (vertaald: laten we dit uitstellen tot een andere dag in de tuin waar de vogels zingen, amen) Een onthaastend lied dus, langs een weg waarover het verkeer voorbijraast.’ Het wonder van de scheppingskracht. En met de kleuren die verwijzen naar de glas-in-lood ramen van de oude kathedralen: karmijnrood, kobaltblauw, cadmiumgeel en chromaatoxydegroen.

Het schilderen gaat maar door

Bijna 81 is hij nu, en hij werkt gewoon door. Niks geen geraniums, pantoffels en dromerig in de luie stoel naar buiten gaan zitten kijken. Werken! Elke dag in zijn atelier in de weer. Het tempo ligt wat lager dan vroeger, maar het scheppen gaat door. Ik hoop nog heel lang.