U leest het goed: in het najaar bestaat onze Stichting Erfgoed Goirle (de oude heemkundekring) De Vyer Heertganghen 75 jaar. Op deze plek willen we U in de komende maanden het een en ander laten lezen over hoe wij in elkaar zitten, wat er te doen is en hoe onze mensen werken aan de verschillende onderdelen van onze Stichting. Een stichting met vele vrienden/contribuanten/leden, het is maar hoe U het noemen wilt maar allemaal zijn ze ervan overtuigd dat een stichting als de onze een heus bestaansrecht heeft. En dat al 75 jaar! Deze derde aflevering alweer gaat over onze vrijwilligers. Veel leesplezier.
Het is donderdag ochtend (of zaterdagochtend) en om 8.50 uur gaat op mijn telefoon een appje af dat aangeeft dat iemand het heem binnengaat. De moderne tijd laat je op je mobieltje weten dat het alarm afgezet wordt door iemand die daartoe gerechtigd is. Het is steevast onze eerste man ter plekke, die als een ware huismeester als eerste aanwezig is om alle andere vrijwilligers toegang te verlenen tot het heem. Hij doet zijn rondje, kijkt her en der of alles rustig gebleven is en kijkt afhankelijk van het seizoen ook of de temperatuur goed is om te werken. Ook zet hij alvast enkele zaken klaar om strakjes de koffie aan te kunnen zetten, een werkje dat hij op zaterdag niet alleen hoeft te doen omdat er dan ook mensen van de catering (koffieploeg) aanwezig zijn. Ook laat hij zijn gedachten gaan over de toestand waarin de verzameling zich bevindt en wat zijn ideeën zijn om dat goed te laten zijn.
Langzaam druppelen de andere vrijwilligers binnen: mensen die meteen naar hun eigen plekje gaan in de technische ruimte en eerst even de week doornemen om dan te gaan kijken wat ze af zullen maken of onder handen zullen nemen: bouwwerk, restauratie werk of herstelwerk: alles wat ze ondernemen gaat in overleg met de vrijwilligers van het museum.
Ook die vrijwilligers komen nu langzaamaan binnen en na de begroeting en het doornemen van enkele nieuwtjes gaat ieder aan de slag: een gaat naar haar werkplek omdat ze bezig is de bidprentjesverzameling te bekijken en de nieuwe prentjes op de juiste alfabetische wijze in de bakken op te bergen. De ander start haar computer op omdat ze bezig is om in het digitale systeem de toegang tot de tijdschriften te realiseren: wil je wat opzoeken dan moet je weten in welk tijdschrift daar iets over te vinden is en waar dat het tijdschrift staat op ons archief.
Weer een ander (soms wel twee) is bezig om de nieuwe foto’s die binnen zijn gekomen te bekijken, te proberen te achterhalen wat of wie erop afgebeeld staat en ook deze een plekje in het digitale systeem te geven. Als dit op de juiste wijze gebeurt kan men 24 uur na het invoeren de foto thuis bekijken. Vooral het proberen te achterhalen wie er op een oude foto staat is een KLUS: veelal staat er niet achter op de foto wie of wat erop staat en tante Jana, die alles van de familie wist is verleden maand overleden en haar neefjes en nichtjes weten bijna niets meer van de tijd van toen. Dat wordt dus puzzelen of het inschakelen van het Goirles Belang met de rubriek “Wie kent ons nog?”, voorheen “Wie weet het nog”.
Betreffende de verzameling van het museum zijn ook weer mensen aanwezig die zich met de voorwerpen bezighouden. Komt er iets nieuws binnen dat geaccepteerd wordt dan moet het gefotografeerd worden, daarna beschreven worden (wat is het, waarvan gemaakt, van wie gekregen, waar bergen we het op, meteen zichtbaar of in depot) en tenslotte digitaal in het systeem gezet worden. Op de nieuwe site is dit voorwerp dan ook na 24 uur zichtbaar als men de goede zoekterm invoert. Dus niet als zoekterm ‘foto’ invoeren als je wilt weten of wij ook een ‘strijkijzer’ in de verzameling hebben. Deze mensen zijn dan ook bezig om te bekijken of er niet eens een vitrine veranderd moet worden omdat er zoveel nieuwe spullen binnen zijn gekomen die bij het dorp horen en gezien mogen worden.
En dan is het eindelijk (of “Nu al”) half elf en hebben de mensen van de koffie alles klaargezet om even te pauzeren. Er komt altijd wel iemand binnenlopen die iets wil weten, of komt brengen of koffie wil of gewoon even wil meepraten met de rest. Allemaal welkom. Daar zitten dan ook de mensen tussen die in hun vrije tijd het geheel besturen en e.e.a. regelen. Ook is deze koffiepauze een overleg moment voor de kleine zaken die niet groot mogen worden. Je ziet als vrijwilliger opeens die andere mensen die je in je werk niet gezien hebt: de mensen van de tuin en van de bijen want ook daar wordt aandacht aan besteed. En als het dan 12 uur is en je gaat weer naar huis hangt het er maar vanaf waar je mee bezig was en of je zo snel weg kunt komen van die mensen die op het laatste moment binnen wandelen om nog even wat te vragen. Maar om 12.15 uur hoor ik op mijn mobieltje (of ik doe het zelf) dat het alarm er weer opgaat en de rust terugkeert op Nieuwe Rielseweg 41-43.
Tot donderdag (of zaterdag).