Een gesprek met Eli Sillius

Eindelijk dienden ijs en weder, de wegen waren thans begaanbaar, en ik fietste naar Nieuwkerk, naar Eli Sillius. Nieuwkerksedijk-Zuid, dat heerlijke fietspad op… een goddeloze vloek ontsnapte de haag mijner tanden, want ik zag een bordje met het opschrift ‘Jos van Wezel pad’. Nunc ligneus calceus meus frangit, nu breekt mijn klomp. Dat hoort te zijn: ‘Hans de Kort pad’, zoals ik eerder al aan burgemeester en wethouders heb voorgesteld. Die Jos heeft met zijn Mien al een bankje aan dat pad, maar de eer van dit hemelsche fietspad behoort geheel en alleen aan Hans! Waarvan acte, hoop ik.

door: Norbert de Vries

Eli Sillius

Ik had hem nog niet eerder ontmoet, maar ik had meteen in de gaten: dit is een bijzondere man, een wondere man. Die naam al, om te beginnen. ‘Sillius’ klinkt Latijnachtig. Ik kende Silius (met één l) Italicus (26-101), de politicus, zakenman, en dichter, bekend van het langste epos dat ons uit de Latijnse oudheid bewaard bleef: de 17 boeken Punica, die in 12.200 hexameters het verhaal van de Tweede Punische Oorlog vertellen. Hij baseerde zich daarbij vooral op de historicus Livius. Ach, wat waren dat verschrikkelijke veldslagen! Die van Cannae in het bijzonder. De Romeinen werden door de troepen van Hannibal afgemaakt! Livius beschrijft hoe de Carthagers ’s anderendaags de inmiddels verstijfde lijken beroofden van hun harnassen en andere kostbaarheden. Het slagveld bood een macabere aanblik. (de volgende passage uit Livius kunnen teerhartige lezers beter even overslaan) Midden uit het lijkenveld kwamen sommigen, met bloed overdekt, omhoog. De ochtendkoelte trok hun wonden samen en de pijn bracht hen weer tot bewustzijn, waarop ze door de vijanden alsnog gedood werden. Anderen werden nog levend aangetroffen met doorgesneden dij- en kniepezen. Zij boden hun hals en nek aan met het verzoek nu ook de rest van hun bloed te vergieten. Ook werden er mannen gevonden met ingegraven hoofden; ze hadden blijkbaar kuilen voor zichzelf gegraven, hun gezichten met aarde bedekt en zo hun adem afgesneden. Een huiveringwekkende passage.

Genealogie

De familie Sillius (met dubbele l) stamt uit Groningen (Veendam, Muntendam). Otto Sillius van de Langeleegte ontmoette Francisca Anna Maria van Boxtel van de Spinnerijstraat. Vraag niet naar het hoe of waarom. Hun huwelijk vond plaats in 1929, in Gool. Otto werd wever bij de AaBe in Tilburg. Gods wegen zijn wonderbaar en ondoorgrondelijk.

Ter zake nu, eindelijk

Ik vind na enig zoeken een goed verstopte woning in de bossen van Nieuwkerk, aan de Belgische kant. Hartelijke ontvangst. Hij vertelt: ‘Ik woon hier met Marlies inmiddels vijftig jaar. In het begin heel klein, 40 vierkante meter. Het was een piepklein huisje dat tevoren tegenover het VOAB-terrein stond, een uit een rijtje. In de loop der tijd heb ik het uitgebouwd. Een paleis in het paradijs.’

Eli is van 1943, geboren en getogen in de Spinnerijstraat. Als zevende van de in totaal acht kinderen, vier jongens, vier meisjes.

Ik zeg jaloers te zijn op zijn prachtige naam, en hij begint over Silius Italicus. Potztausend, ik val bijna van verbazing uit mijn stoel, helemaal als hij opspringt en naar de boekenkast snelt. Een boekje uit de zestiende eeuw: de Punica (een deel ervan). ‘Ja, ik voel verwantschap met deze Silius. Een dichter, net als ik. Mooi toch?’

Ik snij een gevoelig punt aan: zijn relatie met Goirle, zijn geboortedorp. ‘Ik hou zielsveel van Goirle, maar ik heb altijd een aversie gehad van de Goolse elite.’ Haat-liefde dus, een gevoel van miskenning ook. Verdreven niet uit maar naar het paradijs, ben ik geneigd te denken.

Dan begint Eli te vertellen over zijn levensloop, en dat is een pijnlijk en tegelijk prachtig verhaal, een wonderbaarlijk gedicht. Hij is een man van smarten, zo proef ik, en tegelijk voert zijn weg hem telkenmale naar zielsdiep geluk. Wat mij vooral frappeert is zijn moed om radicaal en abrupt van koers te veranderen. Omdraaien en alles achterlaten, een nieuwe toekomst kiezen. Dat doet hij diverse malen in zijn leven. Soms met hulp van boven: ‘Ik werkte in de haven van Hamburg; ik raakte op zeker moment in een crisissituatie en wilde onmiddellijk terug naar Gool. Totaal ontredderd en in tranen stond ik voor het loket op de Bahnhof en vroeg om een kaartje naar Tilburg. Die beambte begreep er niks van. Totale miscommunicatie. Tilburg? Hij en ik waren als het ware beiden de weg totaal kwijt, en toen voelde ik een hand op mijn schouder. Ik draaide me om en zag een rijzige man, zo rijzig als mijn vader, die me vriendelijk aankeek en sprak: je moet een kaartje naar Wolfsburg kopen en gaan solliciteren bij Volkswagen. En ik gehoorzaamde, en, wonder-boven-wonder, ik, met niet meer opleiding dan de ambachtsschool, werd er aangenomen op de high-tech afdeling productontwikkeling. Ik ben er vijf jaar gebleven.’ Een engel uit de hemel die hem vaderlijk de weg wees.

Het leven van Eli zit vol met dit soort verhalen.

De dichter-denker

Eli denkt en dicht. Een houtkunstwerk aan de weg waaraan zijn woning staat, heeft als opschrift deze woorden: ‘Het grootste bezit is het vermogen niet te verlangen naar bezit’. Dat zegt veel over de levensfilosofie van Eli en Marlies.

Eli heeft drie bundeltjes gedichten geschreven. De eerste in 1982, de derde dateert van ná 2020. Niet te koop. Hij geeft ze weg. En dan zie je weer hoe wonderlijk het gaan kan. Van die eerste bundel maakte hij een versie in braille (op verzoek van frater Faustinus) en die versie werd in Grave, bij het blindeninstituut aldaar, gepresenteerd. Dries van Agt deed dat, en sindsdien was er grote vriendschap tussen Eli en Dries. Ook met Theo Koomen raakt Eli goed bevriend. Ach, Gods wegen zijn wonderbaar en ondoorgrondelijk.

Eli is een wonder, en wonderen bestaan. Ga maar eens kijken op Nieuwkerk (wel goed zoeken!).

EuroTour

Dat derde bundeltje is TIJD getiteld. Eli wil het in alle landen van Europa verspreiden, in de eigen taal en in braille. Hij zegt: ‘De EuroTour is al begonnen en levert links en rechts enthousiaste reacties op. Mijn dochter Sjantal en zoon Otto helpen me bij het zoeken naar vertalers. Het project groeit. We kunnen evenwel nog steun gebruiken.’

Als u vragen heeft kunt u met Eli contact opnemen via email:

eli.sillius@gmail.com