De reizende wiskundige
Goirlenaar Wil Schilders (69) is wiskundige, en dan sta ik, eerlijk gezegd, meteen met de mond vol tanden. Ach, ir. G.J. Obdeijn, onze wiskundedocent, zag mij hoofdschuddend aan als ik weer eens het antwoord op een simpele vraag schuldig bleef. Zóveel domheid had hij in zijn lange loopbaan nooit eerder aanschouwd. Al begrijp ik nog steeds niets van wiskunde, ik vind het wel een fascinerende wetenschap. Mirakels ook, net als poëzie en religie. Ik noem een voorbeeld: het vermoeden van Poincaré.
door: Norbert de Vries
Bewijzen of weerleggen
‘In 1904 stelde Henri Poincaré dat er een eenvoudig criterium moet zijn om te zien of een n-dimensionale gekromde ruimte de vorm van een n-sfeer heeft.’ Een zin als deze vind ik volstrekt onbegrijpelijk en tegelijk verbijsterend mooi. En dan gaan een eeuw lang wiskundigen met heel hun denkkracht op zo’n vermoeden los. En kijk aan, een rare Rus lost het op, in 2003. Grigori Perelman is zijn naam, en hij lijkt wat op de tovenaar Catweazle (die door een mislukte toverspreuk onbedoeld een tijdreis van de 11e naar het Engeland van de 20e eeuw maakte). De foto uit 2003 toont ons het prototype van het mensenschuwe genie, staande voor een schoolbord vol formules. Perelman won de prestigieuze Fields Medal, maar kwam die prijs nooit in ontvangst nemen, zoals hij ook alle aanbiedingen van Amerikaanse topuniversiteiten onbeantwoord liet. De man met zijn wilde haren en lange nagels schijnt in de bossen rond St. Petersberg rond te zwerven, op zoek naar paddenstoelen, en piekerend over een nieuw wiskundig probleem. Pure poëzie, toch?
Fantastisch moeilijk
Wil Schilders lijkt in niets op Catweazle. In genen dele. Een keurige meneer, alom gerespecteerd, gedecoreerd (Officier in de Orde van Oranje-Nassau) ook. Wil kennen we als de auteur van enkele boeken over hoe je sudoku’s oplost. Nu heeft hij een heel ander soort boek geschreven: De reizende wiskundige. Ik sla het open en lees een motto: Aquila non captat muscas, een adelaar vangt geen vliegen, met andere woorden: houd je niet bezig met onbelangrijke bijzaken. ‘Ja, dat is mijn lijfspreuk’, zegt Wil. Over dat boek zo meteen meer, maar nu over de professionele hoofdzaken. Wil is van de numerieke wiskunde, een deelgebied van de wiskunde waarin rekenmethoden worden ontwikkeld waarmee computers complexe verschijnselen uit de praktijk kunnen simuleren, bijvoorbeeld bij het ontwerpen van chips, vliegtuigen of digitale tweelingen. Ik kijk hem glazig aan, maar hij vervolgt: ‘Na mijn studie ben ik bij Philips gaan werken. Ik hield me bezig met halfgeleiders. Fantastisch moeilijk!’ Dát vind ik mooi: niet gewoon moeilijk, maar fantástisch moeilijk. De uitdaging is een innig genoegen. Wil vertelt over zijn Philipstijd: prachtig, alles kon. En hij vervolgt: ‘Van 1999 tot 2023 was ik als hoogleraar verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven. Momenteel ben ik nog actief in allerlei organisaties op het vakgebied. Zo ben ik president van de ICIAM, de International Council for Industrial and Applied Mathematics. Juli volgend jaar houden we in Den Haag het grootste wiskunde-congres ter wereld met meer dan 5000 deelnemers.’ Kortom, een belangrijk man met grote verdiensten in de wereld van de numerieke wiskunde.
Boek
Een wiskundige zit niet ganse dagen in zijn laboratorium of achter zijn bureau, hij bezoekt op gezette tijden congressen en geeft her en der gastcolleges, en zo meer. Kortom, hij reist. Wil bezocht in 2006 een congres in Roemenië en trof daar een bevriende wiskundige, Marcello Anile. Wil luisterde aan het diner naar de heerlijke verhalen van Marcello over allerlei landen die hij bezocht had, over hun geschiedenis, hun cultuur en hun keuken. Op dat moment kreeg hij een ingeving en hij zei: ‘Marcello, je verhalen zijn geweldig; je zou een boek moeten schrijven over al die landen. De titel heb ik al: The Travelling Mathematician.’ ‘Schitterend idee’, antwoordde Marcello, ‘dat ga ik doen’. Hij ging aan de slag, maar helaas, kort daarna werd hij ziek, en in 2007 overleed hij.
Het idee van dat boek bleef twintig jaar liggen, maar Wil heeft het opgepakt en het boek nu zelf geschreven, mede als hommage aan zijn vriend. Wil beschrijft de landen die hij gedurende zijn lange loopbaan heeft bezocht, hun geschiedenis, hun cultuur, hun keuken. Rode draad daarbij is de wiskunde (maar wees gerust: in het boek staat geen enkele formule). Wil omschrijft zijn boek als een ‘mozaïek van reizen, ontmoetingen en ervaringen, waarin de wiskunde steeds aanwezig is, niet als abstracte discipline, maar als verbindende kracht tussen mensen.’
Presentatie
De Engelse editie is onlangs op Sicilië gepresenteerd. Wil overhandigde het eerste exemplaar aan de weduwe van Marcello. De Nederlandse versie wordt aanstaande 14 maart in Goirle ten doop gehouden. Bij boekhandel Buitelaar. Waarom op 14 maart? Omdat 14 maart ‘Pi Day’ is ( u weet wel: het getal pi, zijnde de vaste verhouding tussen de omtrek van een cirkel en zijn diameter. Die verhouding is overal gelijk, of het nu om een knikker gaat of om een reuzenrad. Het getal is ongeveer 3,14 en loopt daarna eindeloos door, zonder herhalend patroon). Zaterdag 14 maart (ofwel 3,14) dus viert de wiskunde feest en kunt u uw exemplaar van dat heerlijke boek door de auteur laten signeren, van 14.00 uur tot 16.00 uur.
