De Dag des Heren en toch wordt er gewerkt. In een zondags tempo zijn twee uienrooiers de tranentrekkers op het zwad aan het leggen. Daar mogen ze drogen om daarna te worden opgeraapt en afgevoerd. Op de Noordpaal, een Van Puijenbroekperceel van bijna 10 ha, is het begin van uw stamppotje te vinden. Bij wijze van spreken dan.

De aardappelen van de Roovertsche Bunt, een eindje verderop, zijn net via de schuur en de leesband op de vrachtauto geladen. Die gaan naar de fritesfabriek in Lommel (denk ik). De winterpeen staat nog frisgroen op de Witvennen. Die kan en mag doorgroeien.

U bent cijfertjes van mij gewend, maar daar waag ik me maar niet aan. Ik gok (wild) dat bijna 1500 ton stamp gemaakt kan worden als je de piepers, de peeën en de juin van de drie genoemde percelen bij elkaar zou prakken. Daarvan zouden alle inwoners van onze gemeente drie jaar lang dagelijks kunnen nassen. Wel een beetje saai….Maar niet doen dus.

De ui: al een kleine 10 jaar is die opgerukt van de westelijk klei naar het Brabantse zand. Als die op een perceel gezaaid worden waar ze nog nooit stonden kan de opbrengst behoorlijk oplopen, maar je moet, vanwege met de teelt meekomende ziekten, daarna 8 jaar wegblijven. Zondig je dan vallen de tonnen ongenadig ver terug. Weg winst. Uien is altijd huilen: van vreugde als de verkoop meezit, van verdriet als je ze bij een overvoerde markt van ellende moet weggeven en natuurlijk in de keuken.

De Nederlandse teelt is de laatste dertig jaar gestadig gegroeid van pakweg 11.000 ha naar bijna 33.000. Verreweg de meeste containers gaan via de in Zuid Beveland en rond Kruiningen gevestigde Zeeuwse handelaren naar West Afrika en naar onze buren aan de overkant van de Noordzee. Door de droogte van dit jaar zijn de aardappelen en de uien kleiner dan normaal. Minder tonnen dus. De prijs van uien gaat naar de 0,25 cent en lijkt de goede kant op te gaan. Smakelijk eten komende winter!

Kees van Bohemen