Gezond Verstand en PRO presenteerden afgelopen vrijdag het nieuwe bestuursakkoord aan de pers. Het nieuwe bestuur van Goirle is – aldus de titel - dienstbaar, doortastend en duurzaam. Maar het is ook dichtbij, betrouwbaar, open, aanspreekbaar en transparant. En we doen het vooral samen. We worden een gemeente, waarin iedereen kan meedoen en waarin vrijwilligersorganisaties worden gefaciliteerd en ondersteund. Waarin ruimte is voor verschillen van inzicht en waar we zaken oplossen door mediation en dialoog. En waarin de besluitvorming zorgvuldig, consistent en inzichtelijk is. En waar we - in navolging van Rob Jetten - op zoek gaan naar “wat wél kan”. D66 zou in deze coalitie niet hebben misstaan.
“Op het eerste gezicht lag de combinatie Gezond Verstand en PRO misschien niet zo voor de hand” schrijven onderhandelaars Nancy Jansen en Eefje Sperber in de inleiding van het akkoord. Maar het formatieproces heeft hun het vertrouwen gegeven, dat het gaat lukken. En dat is ook, wat de beide dames uitstralen op deze zonnige vrijdagmiddag in de raadszaal van het Goirlese gemeentehuis. Ik twijfel ook niet aan hun intenties. Maar ervaring heeft me geleerd, dat in de politiek vertrouwen goed is, maar gezond wantrouwen beter. Vanuit dat gezonde wantrouwen las ik het akkoord.
Het akkoord is vlot geschreven en leest gemakkelijk. Veel verrassende nieuwe thema’s zijn er niet. Ik zal ze hier niet allemaal bespreken. Dat komt ongetwijfeld in de raad aan de orde. Wat opvalt is, dat bij veel goede intenties de toevoeging volgt, “mits draagbaar”, ”waar mogelijk” of “mits bestuurlijk uitlegbaar”. Ik vermoed, dat dat het onderhandelingsresultaat is tussen een populistische en een ideologische partij, waarbij de moeilijke beslissingen vooruit zijn geschoven. Soms is ook niet helder, ten opzichte van wat er verbeteringen komen. Als ‘we’ inzetten op meer passende seniorenwoningen is dat dan boven de 330, die in de woonzorgvisie zijn afgesproken en waarvan tot op heden nog slechts een klein deel is gerealiseerd? En als ‘we’ gaan voor een actieve strategische grondpolitiek, geldt dat dan voor plannen, die niet al in de bekende plannen staan?
De aangekondigde aandacht voor mensen, die de dupe worden van de afschaffing van de vergoeding van de huishoudelijke hulp in de WMO in 2029, bestaat vooral uit een sterker beroep op buurtinitiatieven, maar buurtinitiatieven zullen zich daar niet zomaar voor lenen. En wat statushouders precies boven het hoofd hangt is helemaal niet duidelijk.
Een belangrijk vertrekpunt voor de nieuwe coalitie is, dat ze “handelen met gezond verstand”. Politici gebruiken deze term om te laten zien, dat ze dicht bij de mensen staan en niet vanuit ideologie of theorie redeneren. Want gewone mensen kunnen vaak het beste beoordelen wat redelijk en werkbaar is. Het is een begrip, wat vaak wordt gehanteerd door partijen aan de rechterflank, zoals BBB, PVV en VVD en ook door veel lokale partijen, die daarmee willen laten zien dat ze dicht bij de lokale samenleving staan. Maar wat ‘gezond verstand’ is, verschilt nogal per persoon en kan gemakkelijk ontaarden in een slogan zonder concrete onderbouwing. Politiek met gezond verstand wordt vaak geplaatst tegenover partijen, die vanuit een ideologie naar de werkelijkheid kijken, zoals bijvoorbeeld PRO. Alsof daar geen gezond verstand aanwezig is en hun politieke idealen ver van de werkelijkheid afstaan. Het is een gemiste kans van PRO, dat haar ideologie ook niet is gekozen als vertrekpunt van deze coalitie. Juist die beide invalshoeken zouden hebben kunnen leiden tot een akkoord, waarin naast overeenkomsten ook grote verschillen zichtbaar zouden zijn geworden. Daarover kun je dan het gesprek aangaan. Nu zijn die verschillen onvoldoende zichtbaar en vormen zij dus een mogelijke bron van conflict later in het traject.
Bij de totstandkoming van het laatste Kabinet met de PVV eiste NSC, dat alle partijen schriftelijk zouden verklaren, dat zij de grondwet zouden respecteren. Alle alarmbellen hadden toen moeten afgaan en dat is later ook wel gebleken. Ik krijg ook argwaan, als de nieuwe coalitie schrijft, dat het de wet- en regelgeving zal respecteren. Klaarblijkelijk is dat geen vanzelfsprekendheid. Zo krijg ik ook argwaan bij de zin “het College bestuurt als één team en spreekt met één mond”. Collegiaal bestuur is namelijk de gangbare bestuursvorm in de Nederlandse gemeentes. Besluiten worden gezamenlijk of met meerderheid van stemmen genomen en het college gezamenlijk is verantwoordelijk voor de besluiten. Als een wethouder het niet eens is met een besluit, verdedigt hij/zij dit naar buiten ook als zijn besluit. Of treedt af.
Maar deze coalitie heeft haar eigen interpretatie van collegiaal bestuur. Als het College het onderling niet eens wordt, wordt de kwestie voorgelegd aan de gemeenteraad, want “dat is het podium voor het publieke debat”. Zaken, die aan het College zijn, worden op deze manier tot raadskwestie verheven. De rolverdeling tussen College en Raad wordt hiermee diffuus. Dat lijkt ook het geval bij de studie naar het doorgaand verkeer bij het Kloosterplein. Het college wacht dat onderzoek af en legt de resultaten voor aan de gemeenteraad. Vindt hier dan niet eerst besluitvorming in het College plaats, zoals dat bij andere onderwerpen ook het geval is?
Deze coalitie heeft ambities. Niet zozeer in de keuze van de onderwerpen, maar vooral in de wijze waarop men de inwoners bij de politiek wil betrekken. Ik begon er deze bijdrage mee. Er is helaas sprake van een valse start: een college met 6 mannen en geen enkele vrouw kan anno 2026 gewoon niet meer. En waar Gezond Verstand bij de vorige formatie nog van mening was, dat drie wethouders echt voldoende was, benutten ze nu alle formele ruimte van 4,4 wethouder. Ik ben overigens wel benieuwd hoe die wethouders hun ambtelijk apparaat gaan uitleggen, waarom de ambtelijke formatie wèl kritisch moet worden bekeken.
Een van de wethouders gaat zelfs voor halve dagen werken, maar is - volgens Nancy Jansen in haar toelichting - altijd bereikbaar. En dat is dan weer een gemiste kans: de ambitie zou moeten zijn, te ‘bewijzen’ dat ook in de politiek part-time werken mogelijk is.
Maar ik wil vergevingsgezind zijn als de nieuwe coalitie echt gaat bewijzen, dat ze open staat en bereikbaar is voor de inwoners en maatschappelijke organisaties.
Bij discussies over het bestaansrecht van kleinere gemeentes, valt steevast te horen, dat in die gemeentes de afstand tussen burger en bestuurder klein is en dat men elkaar gemakkelijk weet te vinden. Vooral Gezond Verstand maakt van die nabijheid tussen bestuur en burger een zwaar punt.
In Goirle heeft zich de afgelopen jaren een cultuur ontwikkeld, waarbij bestuurders behoorlijk worden afgeschermd door de afdeling communicatie. Dat is begrijpelijk als je wilt voorkomen, dat de eenheid van beleid wordt bedreigd door wethouders, die op eigen houtje de relatie met burgers zoeken. Maar naar mijn mening ligt de verantwoordelijkheid daarvoor vooral bij de wethouders en niet ergens anders. Ik ga graag akkoord met de voorgestelde vijf wethouders, als die daardoor veel ruimte krijgen en nemen voor rechtstreekse contacten met inwoners en maatschappelijke organisaties. Dan is die extra formatieplaats goed besteed.
Wil van der Kruijs
