De raadsvergadering van 23 juni was – in elk geval volgens Arno de Laat – een historische raadsvergadering. Voor het eerst in zijn lange staat van dienst als volksvertegenwoordiger had hij die avond immers ingestemd met een nieuw coalitieakkoord. En dat kwam – aldus Arno - omdat het gewoon een heel goed akkoord was. Collegae, die eraan twijfelden of hij in dit akkoord wel voldoende een ‘de Laat sausje’ herkende, konden dus gerust zijn. Hij kwam er mee weg: onze politici houden wel van een beetje folklore. En Arno was geheel in het oranje gekleed en dat verbindt natuurlijk ook in deze oranje tijden.

Een nieuw akkoord.

De gemeenteraad moest die avond besluiten over het coalitieakkoord van GV en PRO. Vanuit de raad werden veel goede en terecht kritische vragen gesteld, maar vooral de nieuwe voorzitter van GV - Nancy Jansen – wist als een volleerd debater de vragen gemakkelijk te pareren. De fractievoorzitter van PRO - Eefje Sperber – leek nog wat te moeten wennen aan haar nieuwe rol.

Ook Amy de Vries van LRG maakte indruk. Zij wees op de spanning tussen het door de coalitiepartijen gepropageerde maatwerk voor de burger en de notie van de rechtsgelijkheid. Ik hoop, dat ze die kritische toon vasthoudt, want ik heb sterk het gevoel dat deze coalitie nog zoekende is naar maatwerk binnen dit spanningsveld.

Uiteindelijk werd het akkoord met alle stemmen vóór aangenomen. Dat kwam volgens mij vooral doordat het akkoord heel algemeen is geschreven. Er staan weinig concrete keuzes in. Het is zo algemeen, dat je daar gewoon niet tegen kunt zijn. Pas bij de uitvoering zal duidelijk worden waar deze coalitie echt voor staat.

Michael Meijers van D66 – die graag een coalitie met alle partijen had gezien - zal dus nog even moeten afwachten of dat wellicht toch een betere keuze was geweest. En wellicht wil formateur Erik de Ridder nog eens terugkijken. Hoewel zelf een voorstander van zo’n raadsbrede coalitie, meende hij in zijn informatieverslag dat Goirle daar nu nog niet rijp voor was. Ik ben benieuwd of hij daar na zijn formatieproces en na deze raadsvergadering nog hetzelfde over denkt.

De oppositie had het moeilijk om kritiek te leveren. Op veel punten lijkt dit akkoord namelijk op het vorige bestuursakkoord, toen zij zelf nog deel uitmaakten van de coalitie. Tijdens de verkiezingen zei GV juist, dat het allemaal anders moest en dat heeft ze veel winst opgeleverd. Uiteindelijk lijkt dat allemaal te betekenen dat zij meer zichtbaar contact willen met de inwoners. Of dat ook echt gebeurt, moet nog blijken. En omdat dat nog moet blijken, bleef discussie daarover grotendeels uit.

Overigens is de nu gepredikte noodzakelijke cultuurverandering binnen ons politieke en ambtelijke systeem bepaald niet nieuw. In 2018 koos de coalitie voor “Duurzaam en dienstbaar”. De raad wilde dienstbaar zijn aan de samenleving door op een nieuwe wijze te werken: de Goolse democratie. En de ambtelijke organisatie kreeg een nieuw structuur, die meer ruimte zou moeten bieden voor de ‘menselijke maat benadering’. En er werd vooral ingezet op een cultuurverandering: iedere ambtenaar, bestuurder en raadslid zou de menselijke maat als uitgangspunt van handelen moeten hanteren. Niet onbegrijpelijk dus, dat veel oppositiepartijen wilden weten welke grote cultuurverandering er dan nu aan gaat komen.

De samenstelling van het College.

“Mijn emancipatiehart doet pijn” zei PRO voorvrouw Eefje Sperber als reactie op het feit, dat er geen vrouwen in het college zitten. Nancy Jansen gebruikte de afwezigheid van vrouwen in het college door te wijzen op het feit, dat de echte macht niet ligt in het College, maar in de Raad. En daar zitten zeker bekwame vrouwen. Door naar het volgende onderwerp.

Was het juist niet GV geweest, die bij de vorige formatie vond, dat drie wethouders voor Goirle genoeg moest zijn? Ja, maar er is veel veranderd, betoogde Nancy Jansen. Er komt steeds meer op de gemeente af en wij willen veel meer en beter contact met de burgers. En dat kost tijd en mankracht en daarin willen we investeren. Het zijn kosten die voor de baat uitgaan. En Joris Duijsters wordt weliswaar maar voor de helft betaald, maar zal volledig beschikbaar zijn. In mijn vorige bijdrage heb ik daarover al mijn mening gegeven: parttime werken is in onze samenleving bijna de norm geworden. Dat vraagt van organisaties veel organisatievermogen en ook voor klanten vraagt het gewenning, Degene die je nodig hebt is niet altijd aanwezig. Ook de politiek zal zich tot die werkelijkheid moeten verhouden. Van mensen vragen om fulltime te werken en maar voor de helft betaald krijgen, is niet van deze tijd. Of de betrokkene het al dan niet kan betalen, is hierbij niet relevant.

De installatie.

En toen waren we toe aan de benoeming van de 5 wethouders: 3 via de belofte en 2 via de eed. Die laatsten werden zelfs twee keer geïnstalleerd, omdat de burgemeester vergeten was er op te letten of ze hun hand wel hadden opgestoken. Maar het is gelukt.

Omdat drie nieuwe wethouders uit de raad komen, moesten er voor hen opvolgers worden geïnstalleerd. Zoals altijd besteedde de burgemeester veel aandacht aan zijn begeleidende toespraken. Daar maakt hij altijd veel werk van. Het zijn kleine colleges staats- en bestuursrecht.

De lijstduwer.

Aan het einde van de installatieplechtigheid sprak hij over het verschijnsel van de lijstduwer.

Het is in Nederland een ‘goede’ gewoonte om bekende personen onder aan de lijst te plaatsen. Iedereen weet, dat die mensen nooit in de raad zullen gaan zitten, maar door hun bekendheid kunnen ze wellicht extra stemmers naar de partij trekken. En in het Nederlandse systeem van voorkeursstemmen levert dat de partij mogelijk extra zetels op.

De lijstduwer benut het partij-element, terwijl hij het kandidaat-element ten dele ontkent Dat is niet persé strijdig met de wet, maar wel met een sterke opvatting van het persoonlijke mandaat.

Persoonlijk vind ik dat minder problematisch dan kandidaten die op een hogere, maar onder normale omstandigheden onverkiesbare plaats staan en afhaken, als ze bijvoorbeeld door een onverwacht succes van die partij of omdat er raadsleden doorschuiven naar een wethouderspost, aan de beurt zijn. Nuanceringen zijn hier dus zeker op zijn plaats en de heel persoonlijke opvatting van de burgemeester, dat er in alle gevallen sprake is van kiezersbedrog, deel ik dan ook niet.

De burgemeester hield zijn kiezersbedrogbetoog tegenover kandidaat raadsleden, die juist wel de verantwoordelijkheid hadden genomen. Hij sprak dus de verkeerden aan. En dat is jammer. Want het vraagstuk, dat hij aansnijdt verdient een goede discussie. Die moet plaatsvinden met de verschillende politieke partijen, als zij aan de slag gaan met het samenstellen van de kandidatenlijsten. Waarbij helder moet zijn, dat politieke partijen hier zelf over gaan. Maar ik wens elke gemeente een burgemeester toe, die vanuit zijn rol als hoeder van de rechtstaat, de discussie aanzwengelt. Zo eentje hebben wij in elk geval.

Wil van der Kruijs