Op 3 november behandelt onze gemeenteraad de begroting voor 2027. Afgelopen dinsdag bereidde de gecombineerde raadscommissie die behandeling voor. Het werd geen spannende vergadering. Er waren vragen en antwoorden, maar het vuurwerk dat bij een begrotingsdebat hoort, bleef uit. Er was ook nauwelijks nieuw beleid te melden. De stoere verkiezingstaal, waarin alles anders zou worden, blijkt kennelijk lastig te vertalen naar herkenbaar nieuw beleid. Voordat ik daarop inga, eerst een ander onderwerp uit de agenda van de avond: het centrumplan.

door Wil van der Kruijs

Het centrumplan

De raad werd gevraagd in te stemmen met een bestemmingswijziging voor het perceel tegenover het Jan van Besouw, zodat daar 88 woningen kunnen worden gebouwd. Een uitstekende locatie voor starters, kleine huishoudens en senioren. Maar de commissie gebruikte de gelegenheid om ook vragen te stellen over het bouwplan zelf. De verantwoordelijk wethouder merkte op, dat zulks “niet de bedoeling was, maar dat hij het wel begreep”. Want hierna gaat het om uitwerking en daar gaat niet de raad over, maar het college. Ik hoop, dat onze raad vasthoudt aan haar recht om zelf te bepalen, waar ze over gaat!

Een insprekende buurtbewoner pleitte hartstochtelijk voor behoud van de speeltuin. Alle fracties onderschreven dat pleidooi. De wethouder wilde zich niet vastleggen op “elke wipkip”, maar verzekerde dat er ruimte moet blijven voor spelen en ontmoeten. Of daarmee de bestaande speeltuin behouden blijft, werd niet duidelijk.

Ook de parkeerdruk riep vragen op. Er geldt een norm van minimaal één parkeerplaats per woning. Die 88 plaatsen zijn er, maar die zijn ook voor algemeen gebruik. Met een drukbezocht Jan van Besouw in de directe omgeving kan dat problemen opleveren. Volgens de wethouder horen dergelijke “problemen” nu eenmaal bij het wonen in het centrum dicht bij een culturele instelling. Bovendien, zo stelde hij, zijn sommige woningen bestemd voor bijzondere groepen, die minder parkeerplaatsen nodig zouden hebben. Een nogal vooringenomen standpunt. Alsof een statushouder of een gescheiden inwoner een inwoner is met minder rechten. Wie woningen bouwt, moet rekening houden met de werkelijke behoeften van bewoners. Niet met veronderstellingen over hun maatschappelijke positie. Een lagere parkeernorm vraagt om een deugdelijke onderbouwing.

Ook de participatie van belanghebbenden kwam aan de orde. In het raadsvoorstel wordt participatie omschreven als “informeren, samenwerken en afstemmen met betrokkenen”. De wethouder vatte zijn opvatting kernachtig samen: ‘Participeren is informeren.’ Dat vind ik een buitengewoon beperkte opvatting. Participatie betekent toch ook dat inwoners daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op plannen die hun leefomgeving veranderen? De gemeente werkt aan een nieuwe Participatieverordening, die – zo beloofde het college – nog dit jaar op de raadsagenda komt. Hopelijk krijgt het participatiebegrip daarin meer inhoud.

Programmabegroting 2027: woordrijk en beleidsarm

Dan de begroting. Die staat vol mooie woorden: participatie, verbinding, samenredzaamheid, sociale cohesie en natuurlijk de kracht van de samenleving. Inwoners moeten naar elkaar omzien, vrijwilligers worden ondersteund en maatschappelijke organisaties dragen bij aan leefbare wijken.

Toch bekroop mij bij het lezen een ongemakkelijk gevoel.

De gemeente heeft kennelijk groot vertrouwen in haar vrijwilligers en maatschappelijke organisaties. Maar waar in de begroting bij elk hoofdstuk ‘betrokken organisaties’ worden genoemd, zijn dat vrijwel steeds professionele instellingen. De maatschappelijke vrijwilligersorganisaties ontbreken. Dat is merkwaardig voor een gemeente die de kracht van de samenleving tot een belangrijk beleidsuitgangspunt heeft verheven. Wat mij vooral opvalt, is de vanzelfsprekendheid waarmee professionele organisaties een centrale rol krijgen. Het Dorpsteam en Lumens krijgen belangrijke opdrachten. Professionals gaan wijken versterken, ontmoeting organiseren, vrijwilligers ondersteunen en inwoners stimuleren meer voor elkaar te betekenen.

Alsof maatschappelijke initiatieven pas werkelijk betekenis krijgen wanneer er een beroepskracht bij betrokken is. Waarom draaien we die verhouding niet eens om? Laat maatschappelijke organisaties zelf bepalen wat zij willen bereiken en welke ondersteuning zij daarvoor nodig hebben. De professional wordt dan dienstbaar aan het maatschappelijk initiatief, in plaats van andersom.

Goirle heeft geen gebrek aan vrijwilligers, betrokken inwoners of maatschappelijke initiatieven. Evenmin ontbreekt het aan mooie woorden over hun betekenis.

Wat ik mis, is een overtuigende visie op wat de gemeente bereid is te investeren om die maatschappelijke kracht te behouden en te versterken. Een samenleving wordt niet sterker doordat het gemeentebestuur haar voortdurend prijst. De fundamentele vraag is of de gemeente vrijwilligersorganisaties beschouwt als gelijkwaardige maatschappelijke partners, of vooral als behulpzame uitvoerders van gemeentelijk beleid. Wie de kracht van de samenleving wil benutten, moet ook bereid zijn daarin te investeren. Anders blijft samenredzaamheid vooral een fraai woord voor een goedkope overheid.

Als ik raadslid zou zijn, zou ik willen weten hoeveel geld de gemeente investeert in vrijwilligers en in professionals als het gaat om de vormgeving van het sociaal beleid. Vertaalt het uitgesproken vertrouwen in de kracht van de samenleving zich ook daadwerkelijk in pecunia? Helaas is het voor een leek – en daar horen wellicht ook veel raadsleden bij – nauwelijks te achterhalen hoeveel de gemeente rechtstreeks investeert in het versterken van georganiseerd vrijwilligerswerk. De verdeling van subsidies geeft enig inzicht, maar dat is natuurlijk slechts een deel. Een helder overzicht van alle investeringen in vrijwilligers en professionals zou behulpzaam zijn.

Tenslotte

Op 3 november wordt veel van het bovenstaande weer besproken in de raadsvergadering, die al om 16.00 uur in de middag begint. Fracties beraden zich nu op de vraag over welke zaken ze éen of meerdere moties of amendementen indienen. Ik hoop – maar dat zal u uit bovenstaande duidelijk zijn – op stevige discussies. Want een begrotingsbehandeling dient een feest van de lokale democratie te zijn.