De leeftijd waarop je als voetballer op je top bent, ligt ergens rond de zevenentwintig jaar. Daarna gaat het geleidelijk steeds wat minder soepel en zo rond hun veertigste gaan de meeste spelers wel met voetbalpensioen. Dat betekent niet automatisch dat je daarna afgeschreven bent, zo bewijzen de wandelvoetballers bij VOAB. Elke dinsdagochtend werken zij zich in het zweet.
door Matthijs Lodewijks
Dinsdagochtend, even na tienen. Op de sportvelden van VOAB en GSBW aan de Spoorlaan heerst een serene rust. Een stevig contrast met de weekenden, wanneer het er krioelt van de jeugdige en wat oudere voetballers.
In het clubhuis van VOAB is het misschien niet zo druk als op de zondag tijdens de derde helft, maar er zit toch een aardig clubje mannen aan een lange tafel. Mannen die in de blessuretijd van hun voetballoopbaan zijn aangekomen, maar desondanks nog steeds bloedfanatiek zijn. Met een bekertje koffie in de hand bereiden ze zich voor op een uurtje wandelvoetbal. En ze hebben er duidelijk zin in.
Talenten van rond de zeventig
Een van de aanwezigen is Eli van den Hout (74). Hij is de oprichter van de ‘old stars’. “In 2017 zijn we hiermee begonnen”, vertelt hij, terwijl zijn teamgenoten babbelen over van alles en nog wat. “Omdat ik het belangrijk vond – en vind – dat voetballers op leeftijd nog steeds lekker kunnen bewegen. Er was meteen veel animo voor en we doen het alweer bijna tien jaar bij VOAB. Eerst drinken we koffie, daarna spelen we een partijtje op het hoofdveld en daarna drinken we nog iets. De gemiddelde leeftijd zal halverwege de zeventig liggen. Maar we hebben ook een aantal jeugdige talenten van rond de zeventig”, lacht de kartrekker.
Wanneer de koffie op is en de vedettes van toen zich omkleden, blijven Ad van de Lisdonk (73) en Leon van den Hout (77) achter in het clubhuis. Hun lichaamstaal verraadt dat ze het liefst de wei in zouden willen, maar hun lichamen stribbelen een beetje tegen. “Ik heb twee kapotte knieën”, duidt Ad zijn fysieke situatie. “Toen ik vroeger bij VOAB voetbalde, deed ik best zwaar lichamelijk werk, trainde ik twee keer per week en speelde ik op zondag een hele wedstrijd. Nu vragen sommige spelers na een uur om een wissel. Dat is wel een verschil, vind ik. Wij lééfden toen voor het voetbal.”
Wereldproblemen oplossen in het clubhuis
Leons lijf wil ook niet meer alles wat zijn hoofd bedenkt. “Ik heb artrose aan mijn enkel, dus voetballen gaat niet meer.” Maar zijn VOAB-hart klopt nog net zo hard als toen hij een twintiger was. “Ik ben heel wat uren per week op de club. Op de wandelvoetbalochtenden ben ik er ook altijd. Even naar het voetbal kijken en daarna lossen we hier aan tafel de wereldproblematiek op. We beginnen met de Goirlese gemeenteraad en zo wordt die cirkel steeds groter, tot het Witte Huis aan toe.”
De voetballers hebben geluk, want iemand trakteert op worstenbroodjes. Leon: “Ik weet niet van wie ze zijn, want we hebben nogal veel jarigen in maart. Nieuwe leden zijn welkom, maar dan het liefst nieuwe leden die in een andere maand jarig zijn, anders wordt het wel heel druk met de traktaties.”
Welgemikte high-fives
Op het veld zijn de voetballers inmiddels in actie gekomen. Nadat leider Eli, die gezegend is met twee kunstknieën, twee ongeveer even sterke teams heeft geformeerd, komt de bal in beweging. Al snel is te zien waarom deze discipline ‘wandelvoetbal’ heet, want de voetballers bewegen ongeveer even snel over het veld als Raheem Sterling in zijn eerste weken bij Feyenoord. Toch gaat het er serieus aan toe. Doelpunten worden niet uitbundig gevierd met buikschuivers, maar met welgemikte high-fives en schouderklopjes. Het plezier dat de mannen op de mat leggen, is mooi om te zien.
George – binnen de club beter bekend als Sjors – Bluekens leunt over de omheining met een shagje tussen wijs- en middelvinger geklemd. Tot ongeveer een jaar geleden stond hij op het veld, maar ook zijn lichaam vertoont tekenen van slijtage. “Nierfalen”, luidt de diagnose. “Voetballen zit er niet meer in. Vroeger heb ik een aantal jaren in het eerste gespeeld. Ik was buitenspeler en wás me toch een partij snel! Eli speelde ook in ons team, een verdienstelijk middenvelder.” George staat zelf niet meer binnen de lijnen, maar is nog vaak op de club. “Elke thuiswedstrijd van het eerste volg ik. En ik ben Ajax-supporter.” Op de vraag wat hij van het huidige Ajax vindt, reageert hij met een diepe zucht. En die zegt eigenlijk alles al.
Fit blijven en anderen ontmoeten
Met zijn bijna tachtig lentes is Piet Colpaart de nestor van het gezelschap. “Als één van de weinigen heeft hij nooit gevoetbald. “Ik ben de kleinste en de slechtste”, lacht hij tijdens een drinkpauze. “Ik heb lange tijd op verdienstelijk niveau gefloten. Nadat ik was uitgefloten, heb ik andere sporten beoefend. Na mijn zestigste heb ik nog negen marathons gelopen. En nu hobbel ik hier lekker met de mannen mee. Ik zie het als een leuke manier om fit te blijven en anderen te ontmoeten.”
Elke week een remise
Na een uurtje voetballen houden de mannen het voor gezien. Wie er gewonnen heeft? “Dat weet niemand”, lacht supporter Leon. “Ze zeggen dat het elke week 33-33 is geworden, maar niemand houdt het bij.”
Gelukkig worden de verjaardagen wél goed bijgehouden. Daardoor staat er vandaag een grote doos verse worstenbroodjes op de tafel van het clubhuis. Die gaan er ongetwijfeld in, na een uur fanatiek sporten, net als de koffie. Want ook al ligt het tempo op het veld een tandje lager dan voorheen; in de derde helft zijn de wandelvoetballers nog steeds in topvorm.
